Home Nationale ParkenBezienswaardighedenUpdate
Reisverslag 2010 ~ Pagina 2
 
All pictures © copyright hanz en henriëtte meulenbroeks
 
Dag 6 : woensdag 28 april : page - edmaiers secret - page

Gereden:   78 mijl

Eerst even een kort verhaaltje over Edmaiers Secret. Een paar jaar geleden zag een Duitse USA-reiziger een luchtfoto van een prachtig rotslandschap, een foto die tientallen jaren eerder was gemaakt door ene Bernard Edmaier. Wie die man was, daarvan had hij geen idee. En waar de foto was gemaakt, dat stond er ook niet bij. De Duitser is er een paar jaar (!) mee bezig geweest om de juiste gegevens te achterhalen, tijdens zijn zoektocht is hij in contact gekomen met de weduwe van Bernard Edmaier die hem graag wilde helpen, maar die ook niet precies wist waar haar man de foto had gemaakt. Uiteindelijk is het hem gelukt om de juiste locatie te vinden. Waarvoor wij hem heel dankbaar zijn, want dankzij al zijn speurwerk hebben wij deze speciale plek aan onze planning toe kunnen voegen!

Volgens de weersvoorspellingen zou het flink gaan waaien, deze dag. Toen we bij ons motel vertrokken merkten we daar nog niet veel van, en ook even later – nadat we boodschappen hadden gedaan – was het nog steeds vrij rustig. Via State Route 89 reden we naar het westen, naar de House Rock Valley Road. Ineens besefte ik dat ik geen ‘laatste kans plaspauze’ had ingelast, stom, want het zou vast nog een hele tijd gaan duren voordat ik weer ergens een toilet tegen zou komen. Nu kwamen we nog wel voorbij het BLM Visitor Center in Big Water, we hoefden daar eigenlijk niet te zijn maar ach, nu we er toch zo dichtbij waren kon ik er natuurlijk nog wel even een sanitaire stop gaan maken. Toen ik van de parkeerplaats naar de toiletten liep waaide het maar nauwelijks. En toen ik van de toiletten weer terug ging naar de auto, stormde het!! Ongelooflijk, waar kwam al die wind zo plotsklaps vandaan?  “Het lijkt wel of iemand een paar enorme schuurdeuren heeft opengezet…” was Hans z’n commentaar.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlTijdens het tweede stuk van onze rit, van het Visitor Center naar de trailhead van onze hike, bleef het gigantisch hard waaien. Bij de parkeerplaats lag veel los zand, op het moment dat we het waagden om de auto uit te stappen werden we dan ook compleet gezandstraald. Het was ronduit vervelend daar, we konden niets anders dan met onze rug naar de wind toe gaan staan en ik moest voortdurend mijn ogen beschermen (contactlenzen!) De twijfel sloeg toe… heeft het zo wel zin om te gaan hiken? Tja, meer zin in elk geval dan om de hele dag op onze motelkamer te gaan zitten, we konden op z’n minst even een kijkje gaan nemen bij de trailhead. Beneden ons zagen we de rotsachtige wash waar we doorheen zouden moeten gaan lopen. Rotsachtig, geen los zand dus. De gedachte dat we daar beneden geen last meer zouden hebben van dat striemende zand gaf de doorslag, we gingen het gewoon proberen. Als het tegen zou vallen, dan konden we altijd nog omkeren. We moesten natuurlijk nog wel onze rugzak en heuptas inrichten, en da’s niet handig als je zowat wegwaait. We hebben dan ook dankbaar gebruik gemaakt van het stenen toiletgebouwtje dat zich op de parkeerplaats bleek te bevinden.... gezellig zo samen met z’n tweeën in dat hokje….

Om het maar even kort en krachtig samen te vatten: we zijn ontzettend blij dat we hebben doorgezet! Want niet alleen Edmaiers Secret zelf, maar ook de hike er naar toe bleek de moeite dubbel en dwars waard te zijn. We liepen door een met struiken en kleine boompjes begroeid dal dat werd omringd door mooie lichtbruine rotsen; we konden steeds kiezen of we de wash bleven volgen of dat we de bochten af wilden snijden. Dat laatste was korter, maar wel wat zwaarder door de voortdurende kleine hoogteverschillen. We kozen grotendeels voor de wash, een beetje beschut tegen de wind en lekker vlak.  Op gegeven moment werd het dal minder breed, de rotsen kwamen dicht bij elkaar en vormden zo een soort van poort waar we doorheen konden kijken. De grote ronde heuvel die we zo in de verte konden zien liggen, gaf de plek aan waar Edmaiers Secret zich zou moeten bevinden. Kort voor de heuvel klommen we aan de linkerkant uit de wash, waar de weg werd versperd door een hek van houten palen en prikkeldraad. Daar moesten we dus overheen, wel voorzichtig want ik wilde uiteraard niet mijn broek daaraan openhalen, zoals me een paar jaar geleden bij een soortgelijke actie was overkomen. Voorbij het hek moesten we nog een paar zanderige heuvels oversteken. Gelukkig waaide het op dat moment even wat minder hard, zand en wind zijn immers geen goede combinatie.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlEn toen zagen we Edmaiers Secret recht voor ons liggen. We hebben inmiddels al zoveel rotslandschappen gezien, het lukt me echt niet meer om nog een paar originele woorden te vinden om al dat moois te beschrijven. Dus daarom maar weer de woorden die ik al zo vaak heb gebruikt:  de omgeving was prachtig, geweldig, fantastisch…. Het meest opvallende kenmerk van Edmaiers Secret is de aanwezigheid van de vele brainrocks, dat zijn rotsen die een beetje lijken op een menselijk brein. De meesten zijn roodbruin van kleur, maar we kwamen ook witte brainrocks tegen. We zagen ook – als een soort mozaïek - heel veel dunne randen op de rotsen, filigraan wordt dat soms genoemd. Het was meteen al duidelijk, dit is een plek waar je uren lang rond kan dwalen….

Dat ronddwalen laat ik dan graag aan Hans over, ik zocht een plekje waar ik – enigszins beschut tegen zon en wind – even lekker uit kon rusten. Net zoals gisteren gebruikten we ook nu de walkie talkies om contact met elkaar te houden; dat was niet eens echt nodig want Hans verdween vrijwel niet uit beeld. Na een tijdje kwam hij me halen, ik moest echt even mee naar boven klimmen voor een weids uitzicht over dit prachtige gebied. Boven was de wind natuurlijk nog veel erger voelbaar… vooral die ene gigantische windvlaag waarbij we elkaar in een reflex vastgrepen…. “hier blijven jij, niet wegwaaien!”

© copyright  www.ontdek-amerika.nlSamen zijn we nog wat verder het gebied ingelopen. We liepen nu vrij hoog, het was soms echt een gevecht tegen de wind. Onze fotocamera was in een handdoek gewikkeld, alleen tussen de windvlagen door kwam ie daar even onderuit zodat er gauw een plaatje geschoten kon worden. Ondanks de vervelende omstandigheden hadden we het toch heel erg goed naar onze zin hier, we waren al lang blij dat hierboven vrijwel geen los zand lag zodat we niet gezandstraald werden. Na een tijdje was het voor mij weer pauzetijd, Hans houdt niet van stil zitten dus hij ging ondertussen het verre uiteinde van Edmaiers Secret eens bekijken. Terwijl ik daar zat te rusten leek het wel of de wind nóg erger werd, jee dit was echt niet normaal meer. Ik probeerde Hans via de walkie talkie te bereiken, maar hij gaf geen antwoord. Even later nog maar eens geprobeerd, nu kreeg ik wel contact maar we konden elkaar niet verstaan… de wind overstemde alles.

Ik moest dus wachten tot hij weer terug was, voor een verslag over dat laatste stuk van Edmaiers Secret. Hans had daar een paar potholes ontdekt, rechthoekige gaten in de rotsbodem waarin water stond. Hij zou ze graag van dichtbij hebben gefotografeerd, maar daarvoor zou hij op een richel hebben moeten gaan staan en dat zag hij daar toch echt even niet zitten. Want de wind… zoiets had hij nog nooit meegemaakt hier in het zuidwesten. Op verschillende momenten had hij zich bijna niet meer staande kunnen houden, en ja, dan ga je uiteraard niet een richel op om foto’s te maken.

In het lager gelegen gedeelte van Edmaiers Secret hebben we onze boterhammen, banaan en appel weggewerkt. Daarna nog gauw even profiteren van het feit dat het even wat minder hard waaide, vlug wat foto’s schieten. En toen werd het dan toch tijd om aan de terugweg te beginnen, het was nog een klein uurtje lopen naar onze auto. Onderweg vond Hans nog een stel pictographs op de rotswand, altijd leuk zoiets. Op de parkeerplaats stond een Van waarachter een man lekker lui in een stoel lag te relaxen. Toen hij ons aan zag komen kwam hij overeind, hij wilde graag weten waar we naar toe waren geweest. Nou, dat hoef je ons geen twee keer te vragen hoor, we vinden het heerlijk om ons enthousiasme over zo’n mooie plek aan iemand kwijt te kunnen. De man hoorde natuurlijk wel dat wij geen Amerikanen waren, en hij zat meteen helemaal goed met zijn veronderstelling dat wij best wel eens uit Nederland zouden kunnen komen. Hij was over ons land zowaar net zo enthousiast als wij over Edmaiers Secret, hij had heel veel gefietst in Nederland, zo vertelde hij. Zelf bleek hij trouwens ook geen Amerikaan te zijn, hij kwam uit Canada. We namen afscheid van de vriendelijke man, het was natuurlijk heel erg leuk dat hij dat deed met een vrolijk “Tot ziens…”
 
Dag 7 : donderdag 29 april : page - the rimrocks - kanab

Gereden:   92 mijl

De mooiste foto is niet gemaakt in een prachtig natuurgebied in Arizona of Utah, maar in het Echobureau in Utrecht! De driedimensionale foto die ze daar van onze nog ongeboren kleindochter hebben gemaakt, verscheen deze ochtend zomaar op ons laptopscherm. Nog drie maandjes…. dan kunnen we haar niet alleen zien maar ook vasthouden…. Daar kan geen USA-vakantie tegenop, hoor!

© copyright  www.ontdek-amerika.nlNou, dat was alvast een schitterend begin van onze dag. Hoe de dag verder zou gaan verlopen, dat moesten we nog even op een rijtje zetten. Want de Weather Channel beloofde ons niet al veel goeds, helaas. Veel kans op regen, in Noord-Arizona en Zuid-Utah. ’t Meest vervelende was nog wel dat er niet alleen voor vandaag slecht weer werd voorspeld, maar ook voor de daarop volgende dagen. Vooral rondom Escalante was het véél te koud voor de tijd van het jaar, overdag zou de temperatuur maar nauwelijks boven het nulpunt uitkomen en om het allemaal nog wat erger te maken hadden de weerdames en –heren het ook nog eens over sneeuw en regen….

Gisteren hadden we flink getwijfeld of we wel of niet aan onze hike moesten gaan beginnen, vanwege de harde wind. En hadden we uiteindelijk een topdag gehad! Dus natuurlijk gingen we nu ook op pad, ondanks de slechte weersvoorspelling. We zouden wel zien hoe ver we konden komen. Nou, niet erg ver dus! Want toen we enkele mijlen dirtroad hadden gereden, zagen we dat er aan alle kanten een donkere, dreigende bewolking op kwam zetten. We beseften dat ons doel van vandaag, Sidestep Canyon, er niet in zat. Want met zo’n regenwolken om je heen heb je op een dirtroad echt niets te zoeken. Jammer, maar helaas. Er zat maar één ding op, en dat was omkeren en terug naar de verharde weg.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlTja, wat nu? Ik had nog wel wat alternatieven in mijn draaiboek zitten, maar overal kwam of een dirtroad of een smalle canyon aan te pas. En da’s nou net wat je niet moet doen, als het kan gaan regenen. Daar zaten we, helemaal besluiteloos in de auto. We reden richting Kanab, maar we hadden geen idee wat we daar zouden kunnen gaan doen. “Weet je wat…”, zei Hans onverwacht, “we gaan nog een keer op zoek naar de Rimrocks! Waar ligt de parkeerplaats?” Mijn verblufte reactie “Uhhh….. hier!” Echt, we waren nog maar een paar seconden rijden van de plek die Hans bedoelde vandaan, we zijn dus maar meteen gestopt en hebben daar op de parkeerplaats verder overleg gepleegd. De Rimrocks, dat betekende dat we géén dirtroad zouden hoeven te rijden en dat we niet door nauwe canyons zouden hoeven te lopen. De zware regenwolken boven ons hoofd betekenden dat we zeer waarschijnlijk wel kletsnat zouden worden. En als dat het ergste is dat je kan overkomen, nou, dan moet je er gewoon voor gaan, toch!

Dit werd onze derde poging om The Rimrocks te vinden, de groep grote hoodoos die ergens halverwege op een rotswand staan. De eerste keer, in 2006, hadden we geprobeerd om ze van beneden uit te bereiken. We hadden toen weliswaar enkele hoodoos hoog boven ons zien staan, maar we hadden geen veilige plek gevonden om er naar toe te klimmen. Vorig jaar hadden we het van bovenuit geprobeerd, ook toen zagen we de hoodoos – beneden ons, dus – maar ook die keer lukte het niet om er dicht bij te komen. Nu gingen we dus, geheel onverwacht, aan poging nummer drie beginnen. Een paar maanden geleden hadden we dit gebied via Google Earth zitten bestuderen, we hadden daardoor wel een idee (maar geen zekerheid!) over de richting die we zouden moeten volgen. © copyright  www.ontdek-amerika.nlOnze gut feeling dat we een beetje rechts aan moesten houden bleek te kloppen, we vonden een helling van roodbruin leem waartegen we omhoog konden klimmen. Zo kwamen we terecht op een plek die we vier jaar geleden, tijdens onze eerste Rimrocks-poging, hadden gemist. En daar zagen we de hoge, slanke hoodoo waarnaar we toen vergeefs hadden gezocht, Long Necked Hoodoo. Nou, met zo’n duidelijk oriëntatiepunt kon het niet meer misgaan, we zijn nog een heel stuk verder langs de rotswand gelopen en op twee plaatsen zijn we ook een stuk omhoog geklommen om de prachtige hoodoos die we daar aantroffen van dichterbij te bekijken.

Natuurlijk keken we niet alleen naar de hoodoos, maar ook zo nu en dan eens naar de lucht. Hmmmm, dat duurt niet lang meer, houd de regenhoes voor de fotocamera maar vast klaar. We waren nog maar net aan de terugweg begonnen toen er ineens allemaal kleine witte pluisjes voorbij kwamen waaien. Die bij nader inzien geen witte pluisjes bleken te zijn, maar mini hagelkorreltjes. Blijkbaar hagelde het ergens in de omgeving, en werd een deel van die neerslag door de wind naar ons toegevoerd. Toen we weer terug waren in het dal was het nog steeds droog. We wisten dat er nog veel meer hoodoos moesten zijn, we hadden ze nog lang niet allemaal gevonden. En zolang de bui nog niet boven onze hoofden uitbarstte, konden we nog mooi even verder blijven zoeken, toch! Onze verdere zoektocht leverde helaas niets meer op, we zagen nog wel hoodoos op de rotswand staan maar daar konden we onmogelijk naar toe klimmen. Ach, misschien gaan we tijdens een van onze komende reizen nog wel eens proberen om wat meer Rimrocks op de kaart te krijgen.

Zonder ook maar één druppel regen kwamen we weer bij de auto. We reden verder richting Kanab, het regende voor ons, achter ons, links en rechts van ons. Maar niet boven ons, het bleef tijdens de hele rit gewoon hartstikke droog. Alleen toen we Kanab binnenreden dwarrelden er een paar sneeuwvlokjes rondom de auto. Het was nog vrij vroeg op de middag, normaal gesproken hebben we dan nog geen zin om al een motel te gaan zoeken. Maar het zag er niet naar uit dat we nog iets zouden kunnen gaan ondernemen en ach, een dagje wat rustiger aan is natuurlijk ook niet verkeerd. Vorig jaar hadden we het prima naar onze zin gehad in het eenvoudige, vriendelijke motel Aikens Lodge, dus zijn we daar maar meteen naar toe gegaan. Wel jammer dat ik nu niet lekker buiten op het terras in het zonnetje kon gaan zitten met mijn boek. Ach, met de verwarming aan was het binnen ook heel behaaglijk….
 

Dag 8 : vrijdag 30 april : kanab - Valley of Fire State PaRK - oVERTON

Gereden:   213 mijl

© copyright  www.ontdek-amerika.nlWe konden kiezen. Eerst enkele dagen kou en nattigheid rondom Escalante, en daarna een hittegolf in Nevada. Of nu meteen naar Nevada rijden, en profiteren van het prachtige weer dat daar voor de komende twee dagen werd voorspeld. ’t Klinkt makkelijker dan dat het was, we vonden het ontzettend jammer om Utah zo snel alweer te verlaten. Helemaal loslaten konden we het nog niet hoor, we hielden de optie open om misschien over een dag of twee toch nog terug te gaan naar Utah. Maar vandaag zetten we dus koers naar Nevada, ons doel was Valley of Fire State Park.

Street & Trips stuurde ons via State Route 389, en dat vond ik eerlijk gezegd een prima idee. Want aan die weg liggen de plaatsen Hilldale en Colorado City, waarover ik de laatste dagen zoveel had gelezen. De religieuze sekte Fundamentalist Church of Jesus Christ of Latter Days Saints heeft daar de macht helemaal in handen. De schrijfster van het boek, Elissa Wall, is in deze sekte opgegroeid; zij werd op 14-jarige leeftijd gedwongen om te trouwen met haar neef. Nu reed ik dus zomaar door de plaats waar dit zich allemaal heeft afgespeeld, heel kort geleden nog maar. Vreemd hoor, je kijkt met totaal andere ogen naar de omgeving. Die grote huizen die we her en daar zagen, bijvoorbeeld, die hebben dus rechtstreeks met de polygame levensstijl te maken. © copyright  www.ontdek-amerika.nlWant gezinnen met één vader en meerdere moeders hadden nu eenmaal flink wat ruimte nodig! We lieten het Hilldale van Elissa Wall achter ons, en reden verder via Hurricane en St. George. Daar zagen we een wel heel Amerikaans verschijnsel dat we goed kennen uit de filmwereld, maar dat we nog nooit met eigen ogen hadden gezien: gevangenen in streepjespakken! Aan het werk in de berm van de weg! Okay, ze hadden geen kettingen met zware kogels eraan aan hun benen zitten, dus helemaal ‘uit de film’ was het plaatje niet. Maar toch, ik had nooit verwacht om zoiets ooit in real life tegen te komen.

We reden nog maar net het stadje Mesquite voorbij, toen TomTom vertelde dat we de highway moesten verlaten en linksaf moesten gaan. Ik geloofde er niets van. Gauw even de kaart erbij gepakt, en daarop zag ik dat het Overton waar Tommie ons naar toe wilde sturen toch echt niet het Overton was waar wij naar toe wilden. Een kleine tegenvaller, Tommie had voor ons uitgerekend dat we over een kwartiertje op de plaats van bestemming zouden zijn en nu bleek dat we nog een kleine drie kwartier voor de boeg hadden. Ach, dat extra half uurtje rijden, daar kwamen we wel weer overheen. Uiteindelijk bereikten we Overton dan toch, we gingen eerst maar eens even een slaapplek zoeken. De Best Western zag er heel netjes uit, en ze hadden nog kamers genoeg, dus dat was snel geregeld. We konden zowaar al op onze kamer terecht, wel makkelijk want we wilden ons nog even omkleden voordat we naar Valley of Fire State Park gingen. Dikke spijkerbroek uit, korte broek aan!

© copyright  www.ontdek-amerika.nlToch was ’t best nog frisjes, toen we in die korte broek uit de auto stapten, bij Atlatl Rock. Daar klommen we 12 meter omhoog via een stalen trap, eenmaal boven konden we een groep petroglyphs bekijken. Fotograferen was nog best lastig, omdat er een glasplaat voor zat. Toen we weer naar de auto gingen zagen we dat er niet alleen direct bij de trap petroglyphs op de rotswand zaten, maar ook op diverse andere plekken. Niemand had daar aandacht voor, terwijl ze toch echt net zo mooi waren. Tja, duidelijk een geval van ‘daar staat de trap, dus daar moeten we naar toe’. Vlak bij Atlatl Rock begint een onverharde weg, de 2 mijl lange Arch Rock Loop Road. Een makkie hoor, deze weg, je kan hier echt met elk type voertuig rijden. Voor het avontuur hoef je deze weg dus niet te kiezen, maar als je van mooie rotsformaties houdt dan is deze route wel een absolute must. Onze eerste stop was de mooie Arch Rock, die direct langs de weg ligt en waar we even omheen gewandeld zijn. Aan de overkant vonden we Piano Rock ook heel leuk om te zien. Er liep daar een man in z’n eentje rond met dure Canon foto-apparatuur, we wachtten netjes totdat hij Piano Rock op de foto had gezet en wilden toen onze eigen plaatjes gaan maken. Ging die man direct naast de rots eens lekker uitgebreid relaxen, zodat er voor ons geen mens-loos shot in zat. Nou zeg, van iemand die zelf duidelijk voor de fotografie gaat verwacht je toch net even wat meer begrip. In het begin reageerde hij helemaal niet, toen ineens schrok ie wakker en met een verontschuldigend “Am I in your shot?” ging hij toch even een stukje verderop zitten.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlMet Arch Rock en Piano Rock hadden we de twee meest bekende bezienswaardigheden aan de Arch Rock Loop Road te pakken. Maar ook verderop was er nog echt heel veel moois te zien. Op diverse plaatsen hebben we de auto aan de kant van de weg geparkeerd, en zijn we zomaar wat rond gaan lopen in de prachtige rotsomgeving. Het viel op dat er nog heel veel wildflowers stonden, veel meer dan we ooit eerder hebben gezien. Normaal gesproken zouden die al lang zijn uitgebloeid, maar vanwege de te lage temperaturen in zuidwest USA liep de natuur duidelijk een paar weken achter. Wel mooi hoor, die combinatie van de vrolijke gele bloemen en de donkere rotsen. In vergelijking met de afgelopen dagen hadden we het eigenlijk wel heel makkelijk, vandaag. Zoveel moois om ons heen, en dat kregen we zomaar cadeau zonder lastige aanrijroutes of moeilijke klimpartijen. En het weer was ronduit ideaal, 22 graden ongeveer, licht briesje, klein beetje bewolking.

Na de zeer geslaagde Arch Rock Loop Road rit bedachten we dat het wel weer tijd werd voor een korte trail, we kozen daarvoor de Petrified Logs Trail uit. Mwaaah….. ik kan nu even echt geen enthousiast stukje tekst uit mijn toetsenbord krijgen. Saaie trail, die paar versteende boomstammen die elk netjes achter een hekwerk lagen konden ons niet echt boeien. We hebben de trail niet eens helemaal afgemaakt, we hebben dankbaar gebruik gemaakt van een short cut waardoor we wat sneller naar de parkeerplaats terug konden lopen.

Eerst even picknicken. Het is duidelijk dat de squirrels precies weten waar de toeristen al het lekkers uit hun koelbox pakken, want we werden al snel door een stuk of tien van die beestjes omringd. Jee, het is zo moeilijk om ze niets te geven….. Met onze magen weer gevuld konden we er weer tegen voor de tweede helft van de dag: we reden nu het park nog wat verder in via de 5½ mijl lange White Domes Road. We hebben al heel wat Scenic Routes gereden in het zuidwesten van de USA, maar dit is toch echt een van mijn grote favorieten. De weg slingert zich door een landschap dat bestaat uit lage, kleurrijke rotsen. Het zijn vooral de pasteltinten van die rotsen die het ‘m doen voor mij, zo ongelooflijk mooi is dat!

© copyright  www.ontdek-amerika.nlVia een zijweg gingen we ook nog even naar het Silica Dome uitkijkpunt. Het lichtgekleurde gesteente op de voorgrond contrasteert erg mooi met de veel donkerdere rotsen daarachter, echt een plekje dat je gezien moet hebben als je Valley of Fire State Park bezoekt. Na dit korte tussendoortje gingen we terug naar de White Domes Road, we hadden onderweg al heel wat foto’s gemaakt maar toch hadden we nog steeds niet dat ene, werkelijk schitterende shot gevonden dat de Alles Amerika-forumleden Michel en Elly hier een paar jaar geleden op de foto hadden gezet. Uitdaging! We hebben ons misschien niet altijd helemaal netjes volgens de regels gedragen, want onze auto heeft zo nu en dan stiekem toch wel even stil gestaan op een ‘no parking’-zone…. Maar het resultaat van onze burgerlijke ongehoorzaamheid mag er wezen, we hebben diverse erg mooie plaatjes van deze prachtige weg aan onze fotoverzameling toe kunnen voegen.

De weg eindigt bij de trailhead voor de White Domes Loop Trail. Die twee kilometer lange trail stond op ons to do lijstje, dus trokken we de wandelschoenen aan en werden mijn stokken van de achterbank gevist. Die stokken had ik zeker in het begin ook best wel nodig, we moesten hier een flink eind omlaag en ik was blij met de extra steun die de stokken me onderweg gaven. We passeerden een oude filmset (Burt Lancaster is ons hier ooit voorgegaan), en gingen daarna verder via een korte slotcanyon. Tijdens het laatste stuk van de trail liepen we tussen de pastelkleurige rotsen door, heel geleidelijk aan omhoog. Toen, vrij abrupt eigenlijk, bereikten we de parkeerplaats alweer. Van de ene kant jammer, ik had hier best nog wat langer willen lopen. Van de andere kant ook wel weer prettig, want de temperatuur was sinds vanmorgen toch wel weer wat graadjes gestegen en vooral tijdens het laatste stuk van de trail had ik het daardoor behoorlijk warm gehad. Pfff, stel je voor zeg dat het ‘gewoon’ 35 graden zou zijn geweest….

We hadden nog een hike gepland, we wilden namelijk graag de kleine, vrij onbekende Ephemeral Arch op gaan zoeken. Maar om nu nog aan een hike van twee tot drie uur te beginnen, dat zagen we toch even niet zitten. We besloten dan ook om deze wandeling over te slaan, en alleen nog een paar makkelijk bereikbare plekken te gaan bekijken. Wat ontzettend jammer, denken we nu achteraf. Want op 26 mei, nog geen maand na ons bezoek aan Valley of Fire, is Ephemeral Arch ingestort! Deze arch zullen we dus nooit meer met eigen ogen kunnen zien….. Enfin, we gingen dus naar die andere kleine arch, Arrowhead genaamd. Die arch zie je gewoon vanaf de weg al liggen, het pad er naar toe is zo kort dat je het niet eens een echte wandeling kunt noemen. Arrowhead Arch is echt maar een ukkie hoor, niet echt indrukwekkend. Al deed ie ’t wel leuk op de foto! Daarna zijn we nog naar Elephant Rock geweest, die hadden we een paar jaar eerder ook al gezien alleen hadden we ‘m toen van de verkeerde kant uit gefotografeerd. Dat moest dus over. We zijn onder de slurf doorgelopen, en inderdaad, van deze kant uit leek de rots écht op een olifant. Elephant Rock was een hele leuke afsluiter van een zeer geslaagde dag.

 
© copyright  www.ontdek-amerika.nl © copyright  www.ontdek-amerika.nl © copyright  www.ontdek-amerika.nl
 
Dag 9 : zaterdag 1 mei : overton - cathedral gorge state park - beatty

Gereden:   436 mijl

© copyright  www.ontdek-amerika.nlEr moesten knopen doorgehakt worden. Knoop 1: gaan we wel of gaan we niet terug naar Utah? Het leek erop dat het komende maandag en dinsdag wel iets beter weer zou worden daar, wat dat betreft zouden we het misschien wel kunnen wagen. Maar hoe zat het met de conditie van de dirtroads, hoe zouden die erbij liggen na al dat slechte weer van de afgelopen maanden? Onze twijfel daarover gaf uiteindelijk de doorslag, we besloten – met pijn in ons hart – niet meer terug te rijden. Waardoor we automatisch bij knoop 2 uitkwamen:  gaan we wel of niet naar Cathedral Gorge State Park? We hadden vanuit Escalante naar dit park willen rijden, maar ja, dat plan ging dus niet door. Cathedral Gorge ligt zo’n 150 mijl van Overton vandaan, het zou ons dus een slordige 300 extra mijlen kosten om het nu alsnog te gaan bekijken. En da’s toch wel erg veel, alleen voor zo’n klein park. Ook hier kwamen er op gegeven moment enkele doorslaggevende argumenten op tafel:  als we het park nu overslaan, dan zitten we tijdens een volgende vakantie weer met hetzelfde dilemma, en lange autoritten zijn absoluut niet vervelend! Met andere woorden, Cathedral Gorge: here we come!

’t Was een lange, maar ook wel afwisselende rit. Eerst een heel stuk ‘driving in the middle of nowhere’, via State Route 168. Geen levende ziel in de omgeving te bekennen, maar wel – tot onze grote verbazing – een in aanleg zijnde golfbaan. Wie gaat er nou hier, op zo’n door alles en iedereen verlaten plek, golfen? Toch vreemd hoor, om zo’n gigantisch groen veld aan te treffen in dit dorre landschap. Een heel stuk verder naar het noorden werd het landschap minder dor en droog, we reden nu langs twee grote meren met veel groen daaromheen. © copyright  www.ontdek-amerika.nlBeschermd gebied, zo zagen we op de borden naast de weg, er was hier een Wildlife Refuge gevestigd. Nabij het plaatsje Ash Springs lagen er veel donkere boulders in het landschap, en even verder reden we door een enorm Joshua Tree veld. Zeker weten dat hier nog veel meer Joshua Trees stonden dan aan de Bighorn Pass Road in Joshua Tree National Park! Toen we Caliente naderden, werden we ook nog even getrakteerd op een mooi rotslandschap, we reden hier tussen steile rotswanden door. Het plaatsje Caliente zelf had ook nog mijn interesse, omdat hier het motel ligt waar de hoofdpersoon uit mijn boek, Elissa Wall, in het jaar 2000 met haar neef is getrouwd. Helaas wist ik de naam van het motel niet meer uit mijn hoofd, ik nam me voor om straks – in het park – even mijn boek erbij te pakken om het op te zoeken. Zodat ik op de terugweg nog eens zou kunnen kijken of we het motel misschien tegen zouden komen.

Het duurde eventjes voordat ik in Cathedral Gorge mijn draai te pakken had. Misschien toch net even met een verkeerde verwachting er naar toe gegaan, ik had een soort van ‘kloven- en grottendoolhof’ verwacht maar dat bleek er dus niet te zijn. Wel diepe kloven, maar geen doolhof. Maar voordat ik die kloven beschrijf ga ik eerst even terug naar het begin, en dat was voor ons het noordelijk gelegen Miller Point. © copyright  www.ontdek-amerika.nlDit uitkijkpunt ligt hoog boven een diepe, brede kloof; de wanden van die kloof bestaan uit grijze en lichtbruine klei, geboetseerd in talloze kleine spitse torentjes. Via een metalen trap en een paar in de rotsbodem aangelegde trapjes gingen we naar beneden, zodat we midden tussen de gekleide rotswanden door liepen. Al snel bereikten we het einde van de kloof, de trail ging verder naar rechts door een heel open gebied. En dat was dus het moment waarop ik tevergeefs zocht naar die diepe kloven die ik hier in de rotswand aan dacht te treffen. We waren toch wel wat teleurgesteld, hadden even een ‘Is dit alles?’-gevoel. Het open veld waar we nu doorheen liepen had niets speciaals, de rotswanden waren weliswaar heel mooi maar niet zó mooi dat het een omweg van ruim 300 mijl rechtvaardigde. We liepen via de brede kloof terug naar de auto. Gek, ’t was net of ik de kathedraal-vormige rotsen nu veel beter in me opnam dan een kwartiertje eerder, op de heenweg. Eigenlijk moest ik mezelf wel op m’n kop geven, hoezo niet genieten van dit park, het was hartstikke mooi hier! Vooral die aparte, spitse vormen, dat was echt heel speciaal.

Er was nog een plek in het park waar we naar toe wilden, de Caves Area. Het gaat hier niet om grotten, zoals de naam lijkt aan te geven, maar om slotcanyon-achtige kloven die door erosie in de rotswanden zijn ontstaan. Nabij een mooie, overdekte picknickplaats zagen we diverse smalle gaten in de rotswand die we natuurlijk allemaal even moesten gaan verkennen. Sommige van die gaten waren niet meer dan dat, een gat met direct daarachter weer een ondoordringbaar stuk rots. Maar andere gaten bleken dus het begin van een meterslange smalle kloof waar wij ons dan uiteraard weer eens doorheen moesten proppen. © copyright  www.ontdek-amerika.nlOp sommige plekken zaten fotogenieke ‘schoorstenen’ waar het licht mooi naar binnen viel, in andere kloven moesten we ons door lage doorgangen wringen, en op weer andere plekken waren het vooral de structuren in de wand die onze aandacht trokken. Sommige kloven liepen snel dood, maar er waren er ook bij waar we best een eind in konden lopen. Op gegeven moment begonnen de diverse kloven toch wel veel op elkaar te lijken, we merkten dat het niets nieuws meer toevoegde om na kloof nummer 15 ook nog eens kloof nummer 16 in te lopen. Tijd dus om het park te verlaten, en om aan de lange rit terug te beginnen.

Op het moment dat we Caliente naderden, drong het ineens tot me door dat ik niet meer had gekeken hoe het motel heette waar Elissa Wall was getrouwd. Hans bood nog aan om ergens te stoppen, zodat ik mijn boek uit mijn koffer zou kunnen vissen, maar dat was me toch net even te veel moeite. Inmiddels weet ik dat het om het Hot Springs Motel gaat, als ik het me goed herinner hebben we dat motel niet gezien, maar wel een reclamebord waarop de rijrichting werd aangegeven. Het motel bestaat dus blijkbaar nog steeds, ondanks de illegale praktijken die er hebben plaatsgevonden.

Vanmorgen hadden we afgesproken om in Las Vegas te gaan overnachten. Puur voor de fotografie, even iets heel anders dan onze gebruikelijke rotslandschappen….. Maar hoe dichter we bij Las Vegas kwamen, hoe meer tegenzin ik in me op voelde komen. Bah, al die drukte, al die nep-glitter and glamour, ik heb er gewoon niets mee. Maar eens even heel voorzichtig polsen hoe graag Hans nou precies in Las Vegas wilde gaan fotograferen….. bleek dat dat meteen al voldoende was om hem van gedachten te doen veranderen. “Dan rijden we toch gewoon door naar Beatty”, was zijn reactie, “’t Rijden gaat prima dus die anderhalf uur kan er nog wel bij hoor”. We hebben nog even gezwaaid naar de grote hotels op de Strip, die we duidelijk konden zien liggen, en zijn Las Vegas lekker voorbij gereden! ’t Was nog wel even spannend of we in Beatty een motelkamer zouden kunnen vinden, het was immers al behoorlijk laat toe we daar aankwamen en bij Motel 6 zag het er vrij druk uit. Ik was heel blij toen bleek dat er nog plaats voor ons was, want 436 mijl auto rijden was toch echt wel genoeg voor één dag.
 
Dag 10 : zondag 2 mei : beatty - rhyolite - Death Valley np - beatty

Gereden:   106 + 42 = 148 mijl

Zou het nu eindelijk écht gaan lukken om door Titus Canyon heen te rijden? Zes jaar geleden hadden we deze route voor de eerste keer gepland, maar toen mochten we Death Valley niet in omdat een hevig noodweer erg veel schade had aangericht. En vier jaar geleden had een rock slide de rit door de canyon onmogelijk gemaakt. Maar nu stond sinds enkele weken op het Morning Report van Death Valley National Park het verheugende bericht dat de Titus Canyon Road open was. En ook de Weather Channel gaf groen licht voor een dirtroad-avontuur : droog, warm en winderig, zo luidde de weersvoorspelling. Er was dus maar één conclusie mogelijk: Titus Canyon, we komen er aan!

Ons motel voor vanavond was al geregeld, we hadden nog een nachtje in Motel 6 in Beatty gereserveerd. ‘Lekker, een dagje niet sjouwen met onze tassen’ dacht Hans. Maar dat dacht ie verkeerd, een hobbelige dirtroad combineert namelijk niet lekker met een koelbox die eenzaam en alleen in de achterbak staat. De tassen moesten dus toch mee, zodat onze koelbox geen bewegingsruimte zou hebben.

Voordat we naar Titus Canyon reden, maakten we eerst nog even een klein omweggetje naar Rhyolite Ghost Town. Het was niet echt te zien dat daar, ruim 100 jaar geleden, 5.000 mensen hebben gewoond; heel veel is er van het stadje niet meer over. En dat kleine beetje dat er is overgebleven, vonden we eerlijk gezegd niet echt boeiend. Leuk om het even te bekijken, maar niet meer dan dat. Aan de rand van Rhyolite is een hoekje vrijgemaakt waar beeldend kunstenaars hun werk mogen tentoonstellen. Best een vreemde combinatie hoor, die moderne kunst zo samen met een Ghost Town. Eén van de sculpturen vonden we echt mooi, namelijk het tafereel waarbij Jezus en de 12 apostelen heel spookachtig zijn weergegeven. The Last Supper, heet die sculptuur, en tot onze grote verbazing bleek het het werk te zijn van een Belgische kunstenaar, Albert Szukalski. Het waaide weer eens flink hard – dat had de Weather Channel prima voorspeld – we moesten dus tussen de windvlagen door fotograferen. Ach, sinds Edmaiers Secret waren we wel het een en ander gewend, vergeleken met die dag viel het nu eigenlijk best wel mee.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlRhyolite wilde ons niet zomaar laten gaan. Onze electrische autosleutel weigerde dienst, Hans kon op de knop drukken wat ie wilde, maar het “de deur is nu open”-piepje liet zich niet horen. Heel even vreesde ik dat ons Titus Canyon avontuur vandaag wéér niet door zou kunnen gaan, ik had al visioenen waarin we urenlang op een medewerker van Dollar Rent A Car zouden moeten wachten…. Gelukkig maar dat Hans meer verstand heeft van autosleutels dan ik, hij peuterde een klein sleuteltje uit het zwarte omhulsel en daarmee kon hij, heel ouderwets, de deur met de hand openen. Pfff, opluchting hoor! We reden het winderige Rhyolite uit, en een paar minuten later al bereikten we het begin van de Titus Canyon Road. Ik voelde toch wel wat spanning in m’n lijf zitten….. de rit over Red Pass die we nu voor de boeg hadden wordt in de meeste reisverslagen als vrij pittig omschreven. Een rotsachtige ondergrond, een steile afdaling, en dan straks nog die hele smalle doorgang in de canyon. Dat na een paar mijl het ‘één van de banden is lek’-lampje op het dashboard begon te knipperen, net zoals op de eerste dag van onze vakantie, deed mijn zelfvertrouwen ook al geen goed. Met de banden bleek opnieuw helemaal niets aan de hand te zijn. En ook met de schrik voor de route zelf viel het uiteindelijk allemaal wel mee, want de omgeving was zo mooi dat ik helemaal geen tijd had om aan enge dingen te denken. Vooral het moment dat we de top van Red Pass bereikten, dat was letterlijk een hoogtepunt van de rit. Wat een uitzicht zeg….. spectaculair mooi! We snapten nu trouwens ook heel goed waarom ’t hier Red Pass heet, de weg was op de top hartstikke rood van kleur.

Voorbij Red Pass ging de weg steil omlaag, op sommige plekken was het wegoppervlak hier vrij slecht, veel gaten en rotspunten dus. Maar onze banden lieten ons niet in de steek, we reden probleemloos naar beneden. Onderweg stopten we nog even bij een oude mijningang, op het bord dat daar stond werd gewaarschuwd voor allerlei vreselijk onheil dat je zou kunnen overkomen als je het zou wagen om die mijngang in te lopen. Zoals bedwelming door mijngassen, of een instorting. We hadden de indruk dat het gevaar toch wel een ietsie pietsie werd overdreven, maar ach, we hebben toch maar het zekere voor het onzekere genomen en we zijn – heel braaf – niet meer dan vijf of zes passen naar binnen gelopen. Op zich is er niet veel te zien aan zo’n mijngang, toch vonden we het best wel iets hebben om er zo even naar binnen te gluren. Jammer dat we niet nog wat verder naar binnen mochten gaan. Kort voorbij de mijningang bereikten we onze tweede Ghost Town van vandaag, Leadfield. Omstreeks het jaar 1926 woonden er ongeveer 300 mensen in dit mijnstadje. Er staan nog een paar oude gebouwen, helemaal verroest, die we even van dichterbij zijn gaan bekijken.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlDirect na Leadfield, 16 mijl na het begin van onze rit, bereikten we het begin van Titus Canyon. De rotswanden hier zijn door geologische krachten helemaal schuin gedrukt, ongelooflijk wat de natuur hier toch weer heeft klaargespeeld. Zo mooi, we waren echt enorm onder de indruk. In het begin was de canyon vrij breed, natuurlijk zijn we regelmatig uitgestapt want te voet zie je alles nu eenmaal veel beter dan vanuit de auto. We hebben een stel petroglyphs bekeken, en ook een paar opvallend mooie cactussen die hoog tegen de rotswand zaten. En lekker gepicknickt, super toch om dat op zo’n bijzondere plek te kunnen doen. Sinds we uit Rhyolite waren vertrokken hadden we geen mens meer gezien, maar terwijl we zaten te eten werd het zomaar ineens druk in Titus Canyon. De ene na de andere SUV reed ons plekje voorbij, zaten we stof te happen in plaats van brood!

We reden weer verder; de canyon werd nu langzaam aan wat minder breed. Machtig mooi, om hier tussen die hoge wanden door te rijden, we genoten volop. Voor elke bocht dachten we “Ja, nu gaat het hele smalle gedeelte beginnen!”  Om dan steeds na zo’n bocht tot de ontdekking te komen dat het ook daar niet echt supersmal werd. Onze auto paste overal met groot gemak tussendoor en de bodem was prima begaanbaar; dit deel van de rit was dan ook veel eenvoudiger dan de afdaling voorbij Red Pass. Zomaar ineens, eerder dan we verwachtten, weken de canyonwanden uit elkaar en hadden we het einde van Titus bereikt. Jammer…… we hadden nog lang niet genoeg van deze prachtige rit, van ons had de canyon nog vele mijlen langer mogen zijn. 

© copyright  www.ontdek-amerika.nlEr is nog een plek in Death Valley National Park die al jarenlang op onze verlanglijst staat: de Racetrack Playa. Het enige wat ons er tot nu toe van had weerhouden om daar naar toe te gaan was de aanrijroute, de Racetrack Playa Road. Bijgenaamd: the Tire Killer. Als ik de weinige reisverslagen die ik tot nu toe over deze route heb gevonden mag geloven, dan is die bijnaam heel terecht….. ik ben tijdens het lezen van die reisverslagen toch zeker vier of vijf lekke banden tegengekomen! Maar toch….. de Racetrack Playa bleef ons maar toefluisteren dat we écht een keer op bezoek moesten komen. Een maand of twee geleden dachten we de oplossing gevonden te hebben: in Death Valley zit sinds kort een vestiging van het autoverhuurbedrijf Farabee, en bij hen zouden we voor 1 dag een Jeep kunnen huren met banden die de rit over de Racetrack Playa Road wel aankunnen. We hadden via email contact met Farabee opgenomen, maar hun antwoord was helaas heel teleurstellend. Autoverzekeringen zitten in Nederland anders in elkaar dan in Amerika, in Nederland is de verzekering gekoppeld aan de auto, in Amerika aan de persoon. Amerikanen konden dus – verzekerd en wel – een auto bij Farabee huren. Maar wij niet. En helaas, zo stond in hun email te lezen, zij boden geen aparte verzekeringen aan voor buitenlanders. Het leek er dus op dat we geen Jeep zouden kunnen huren, hier in Death Valley.

Hans is van het type “Nee heb je, ja kun je krijgen”, en dus zijn we toch naar Farabee gereden om te kijken of we hier in levende lijve misschien meer voor elkaar zouden kunnen krijgen dan via email. En wat denk je…… we kregen ons “Ja”!! De vlotte, sportieve kerel die de zaak daar runde vertelde ons dat het beleid net enkele dagen geleden was gewijzigd, er werden nu wel aparte verzekeringen afgesloten zodat ook buitenlanders een Jeep bij hen konden huren. Yes, wij waren very very happy!! Behalve toen we de prijs hoorden, één dag Jeephuur, het kleinste type, zou ons maar liefst $ 268,78 armer maken. Allemachtig zeg, dat was toch wel een hoop geld.

Even overleggen. Hebben wij er echt zoveel geld voor over om de Racetrack Playa te gaan bezoeken? Kijk, dan zoek je natuurlijk naar een goed argument om zo’n uitgave voor jezelf te verantwoorden, en zo werd de IJslandse aswolk zomaar ineens onze goede vriend. Want vijf dagen minder vakantie betekende ook vijf dagen minder autohuur…. als we het geld dat we daar hadden bespaard nu eens zouden spenderen aan een dagje lekker duur doen….. Nou, meneer Farabee, zet onze Jeep maar voor ons klaar!

Dat klaarzetten bleek nog een uurtje of twee te duren, we moesten hier in Death Valley dus nog even wat tijd vol maken. Nu had ik – heel overmoedig – een hike gepland. Die ik overigens alleen maar op het programma had gezet voor het onwaarschijnlijke geval dat het niet al te warm zou zijn. Onze thermometer gaf aan dat het 32° Celcius was, en voor Death Valley-begrippen is dat inderdaad niet al te warm. Dus reden we naar de Golden Canyon parkeerplaats, smeerden ons dik in met zonnebrandolie, staken de nodige flesjes water bij ons, en vervolgens gingen we op pad. Een heel geleidelijk aan stijgend pad, tussen de goudgele zandstenen wanden door. ’t Was een mooie en op zich best eenvoudige wandeling. Niet al te lang, een prima manier dus om even een uurtje bezig te zijn. Al moest ik toch wel concluderen dat 32° Celcius voor Death Valley-begrippen weliswaar niet veel is, maar voor Henriëtte Meulenbroeks-begrippen is het toch echt een hittegolf. De terugweg viel gelukkig erg mee, we liepen nu geleidelijk omlaag en een heerlijk briesje recht in ons gezicht zorgde voor een beetje verkoeling. Het was nog steeds te vroeg om onze Jeep op te halen. Dus zijn we nog even naar Devils Golfcourse gegaan en hebben we ook nog de Artist Drive route gereden. Altijd leuk om deze mooie plekken nog eens terug te zien.

Onze tweedeurs Jeep Wrangler stond inmiddels blinkend en wel op ons te wachten. Die banden zagen er prima uit hoor, die zouden een paar puntige lavastenen op de Racetrack Playa Road echt wel overleven. De man van Farabee verzekerde ons dat we op dat punt echt geen problemen hoefden te verwachten. Hij had ook nog een leuke tip voor ons, als we een kleine omweg zouden maken konden we ook nog de Lost Burro Mine gaan bekijken. Een tip die we dankbaar in ons opnamen.

Vanochtend, toen we de slechte stukken dirtroad voorbij Red Pass overwonnen, waren we heel blij dat we onze koelbox stevig hadden ingebouwd. Maar nu we onze Jeep Grand Cherokee hier een nachtje moesten achterlaten, waren we wat minder gelukkig met al die bagage die we bij ons hadden. Met veel passen, meten en wringen lukte het om de belangrijkste spullen over de achterbank en de piepkleine bagageruimte te verdelen…. één tas moest noodgedwongen achterblijven. Met de Jeep Wrangler en een ‘vol verwachting klopt ons hart’-gevoel zijn we naar Beatty gereden. Morgen naar de Racetrack Playa….. wat een geweldig vooruitzicht was dat!
 

Dag 11 : maandag 3 mei : beatty - death valley national park - beatty:

Gereden:   220 + 42 = 262 mijl

© copyright  www.ontdek-amerika.nlDe man van Farabee had ons gisteren precies uitgelegd op welk tijdstip het zonlicht het beste staat voor het fotograferen van de Racetrack Playa. Niet meteen bij zonsopgang (gelukkig!) , want dan veroorzaken de omliggende heuvels nog veel schaduw. Maar wel vroeg op de ochtend, om een uur of acht, negen. En omdat er nog 120 mijl, een kleine 200 kilometer dus, tussen ons en de Racetrack in lagen, betekende dat dus dat de dag voor ons wel heel vroeg begon. De wekker liep af om half vijf.

Natuurlijk waren we heel benieuwd hoe de beruchte Racetrack Valley Road erbij zou liggen. Nou, best wel goed, eigenlijk. We hadden maar nauwelijks last van washboard, en de vele kleine losse steentjes zagen er helemaal niet zo gevaarlijk uit…. waren die onschuldige kiezeltjes nu écht verantwoordelijk voor al die lekke banden die hier blijkbaar gereden worden? Eerst was de weg vrij breed, maar later kwamen er toch ook wel een aantal hele smalle stukken voor waar geen twee auto’s naast elkaar zouden passen. Ach, zo vroeg op de ochtend hoefden we natuurlijk nog niet bang te zijn voor tegenliggers.

Qua omgeving is de Racetrack Valley Road mooi, maar niet spectaculair mooi. Rondom ons, op afstand, zagen we veel rotsen die dankzij de nog laag staande zon prachtig werden verlicht. En er stonden flink wat Joshua Trees naast de weg. Het meest opvallende plekje bereikten we na een kleine 18 mijl: Teakettle Junction is een splitsing waar de wegwijzer helemaal is volgehangen met theeketels. Met vaak een persoonlijke boodschap er op geschilderd. Echt hartstikke leuk om dat te zien! En wat waren we verrast toen we daar ook een Nederlandse theeketel zagen hangen, compleet met tulpen en een molen. Dit mooie exemplaar was daar nog maar enkele dagen geleden, op 27 april, neergehangen door Greet en John uit Amsterdam. We kennen jullie niet, Greet en John, maar als jullie dit toevallig lezen: we vonden het echt super om jullie keteltje daar aan te treffen!

© copyright  www.ontdek-amerika.nlWe hadden nu nog 6 mijl te gaan, dat laatste stukje was duidelijk slechter dan het stuk dat we al achter de rug hadden. En dan rijdt het toch wel heerlijk relaxed hoor, in zo’n stoere Jeep Wrangler. Als we hier met onze gewone SUV zouden hebben gereden hadden we het waarschijnlijk ook wel gered, maar toch was ik wel heel blij dat ik nu niet vele mijlen lang elk hobbeltje argwanend hoefde te bekijken. In de banden van ons voertuig-voor-één-dag had ik volop vertrouwen.

En toen zagen we, toch nog vrij plotseling, de Racetrack in de verte links voor ons liggen. Wat een geweldig moment was dat…. hier hadden we al zes jaar naar uitgekeken! Het zat best wel diep bij ons hoor, echt die spanning van ‘we gaan hier iets heel speciaals beleven!’ De Racetrack kwam steeds dichterbij, en al snel bereikten we een parkeerplaats waar een informatiebord stond. Even een vrije vertaling: “Voor je ligt de droogstaande bodem van een meer – een playa – de meest vlakke van alle natuurlijke oppervlakken. De playa bestaat uit slib, afkomstig van de omliggende bergen. Water dat over de playa stroomt verdeelt het fijne materiaal heel gelijk over het tijdelijke, ondiepe meer. De kleine deeltjes zakken naar de bodem, en blijven daar liggen als het water verdampt.”  Verder stond er nog op het bord vermeld dat het stenen eiland dat aan de noordzijde van de playa ligt ‘The Grandstand’ heet (de Tribune), en dat de playa The Racetrack wordt genoemd vanwege de befaamde bewegende stenen. En nog een laatste mededeling:  de meeste van die stenen zijn te vinden op het zuidelijke uiteinde van de Racetrack. Reden genoeg voor ons om meteen weer in de auto te stappen, en naar dat zuidelijke uiteinde toe te rijden.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlHoe het is om op die gigantische vlakte rond te lopen, en om de bewegende stenen zomaar voor je te zien liggen, dat kan ik makkelijk in één woord beschrijven: fascinerend! Onze hooggespannen verwachtingen werden helemaal waargemaakt, we vonden het geweldig om hier te zijn. Helemaal alleen op de wereld op de vlakke playa, rondom ons heen het prachtige Death Valley landschap, en dan natuurlijk datgene waar het allemaal om begonnen is: de bewegende stenen. We vonden er tientallen…. sommigen met een kaarsrecht sleepspoor erachter, andere stenen hadden blijkbaar een meer bochtige route afgelegd en er was er zelfs één die een kringetje had gemaakt. Grote stenen en ook piepkleine exemplaren. Hoe dichter we bij de rotswand kwamen, hoe meer stenen we vonden. Daar was het echt een Racetrack, verschillende stenen die zij aan zij dezelfde richting in leken te gaan.

We verwachtten eigenlijk ook nog wel een informatiebord waarop het verschijnsel van de bewegende stenen zou worden toegelicht, maar blijkbaar wil de National Park Service de geheimzinnigheid liever in stand houden. Geen verklaring, dus. We hebben overigens wel ooit een verklaring gelezen die ons wel plausibel lijkt: ’s nachts komt er soms een flinterdun laagje water op de playa te staan, waardoor de stenen nét los komen van de bodem. Harde wind zorgt er dan voor dat de stenen zich verplaatsen en de sleepsporen achterlaten.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlWe hebben ons helemaal suf gefotografeerd daar, op het zuidelijke uiteinde. Staand, zittend, languit liggend…. vanuit alle hoeken hebben we de stenen vereeuwigd. Echt een ongelooflijk inspirerend onderwerp. In het begin was het nog vrij koel, in de loop van de ochtend begon de temperatuur wel op te lopen maar toch, voor Death Valley viel het best wel mee. Met de auto zijn we teruggereden naar de pullout ongeveer halverwege de playa. Daar waren veel minder stenen te vinden, wel zagen we wat kleine randjes begroeiïng die het ook leuk deden op de foto. Toen we ook dit deel van de Racetrack uitgebreid hadden bekeken, hebben we even lekker naast onze auto zitten picknicken. We waren inmiddels zo’n 2½ uur hier, en nog steeds geen mens te zien. Maar op het moment dat we klaar waren met eten, zagen we aan de stofwolken in de verte dat er een auto aankwam. Nog een Jeep van Farabee, zo bleek al snel. Als je op zo’n eenzame plek andere mensen tegenkomt, dan raak je toch al gauw met elkaar in gesprek. Zeker als die andere mensen Amerikanen zijn! Maar het stel dat nu de Racetrack met ons deelde was niet erg spraakzaam, we stonden op gegeven moment vlak bij elkaar op de vlakte maar op ons uitnodigende Good Morning reageerden ze maar nauwelijks. Maakt me niet uit hoor, ik hoef niet perse met iedereen een gesprek aan te gaan, maar het voelde wel wat raar aan om elkaar op zo’n plek min of meer te negeren.

Natuurlijk namen we ook nog de tijd voor het noordelijke uiteinde, waar The Grandstand ligt. Het ‘eiland’ met donkere rotsen die op sommige plekken ruim 20 meter hoog zijn. We zijn er helemaal omheen gelopen, maar bewegende stenen hebben we daar niet gevonden. Hans zag op gegeven moment vier prachtige witte vogels op de playa zitten, heel verrassend want zoiets verwacht je echt niet in dit droge woestijnlandschap. We vonden het wel een prachtige afsluiter van ons bezoek aan deze bijzondere plek.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlDe man van Farabee had ons nog een goede tip gegeven. Als we na het bekijken van de Racetrack genoeg tijd over hadden, dan konden we best nog even een omweggetje maken naar de Lost Burro Mine. Hij had op de kaart precies aangewezen hoe we moesten rijden, het zou vast geen probleem zijn om de goede plek te vinden. Dus gingen we bij de Teakettle Junction niet rechtdoor, maar rechtsaf, via de Hidden Valley Road. Die weg lag er prima bij, een makkie voor onze stoere Jeep. Na drie mijl moesten we weer rechtsaf, via een veel smaller weggetje nu. En aan het eind van dat weggetje, één mijl verder, zouden we de Lost Burro Mine vinden. Eén mijl….. zestienhonderd meter dus. Nou, dat zijn toch echt de langste zestienhonderd meter die ik ooit heb gereden…..

Vrij snel nadat we het weggetje op waren gegaan, werd het al lastig om het te berijden. Supersmal was het, soms hing de auto zelfs een beetje scheef omdat we met onze wielen een stuk van de hogere rechter zijkant mee moesten nemen. Of gingen we aan de linkerkant toch wel heel dicht langs de afgrond af. Die gelukkig niet al te diep was, maar toch…. Doodeng vond ik het, en toen wist ik nog niet eens dat het ergste stuk nog moest komen. Op één plek kwam alles bij elkaar: de bodem bestond deels uit scherpe rotspunten, de zijkant rechts liep heel ongelijkmatig schuin omhoog en links was het half pad en half gat.  Ik wilde absoluut niet verder, maar we hadden geen keus. Keren was onmogelijk, en achteruit rijden via de slechte stukken die we al hadden overwonnen was ook geen optie. Dus het enige wat nog overbleef was: ogen stijf dicht en wachten totdat Hans me heel laconiek vertelde dat we de hindernis hadden overwonnen. 

Deze rit was dus een van de meest enge ervaringen die we ooit tijdens onze tien vakanties hebben meegemaakt (voor mij tenminste, Hans vond ’t allemaal best wel meevallen, hoor!) Maar wat is het dan fantastisch als je direct daarna een van de allermóóiste ervaringen aan je reisverslag mag toevoegen. Want zo mag ik ons bezoek aan de Lost Burro Mine toch echt wel noemen (en deze keer is Hans ’t wel met me eens!) We waanden ons tientallen jaren terug in de tijd, de oude cabin, het vervallen schuurtje, de mijningang, het ziet er nog zo authentiek uit allemaal. Er zat een groot hangslot op de deur van de cabin. Tot onze verrassing bleek het niet op slot te zijn, we vonden het geweldig dat we dus ook binnen een kijkje konden nemen. Er staan nog  oude meubels, een tafel, een stoel, een bed. Zelfs een luie stoel, wie had dat nu verwacht! En veel kleine voorwerpen, zoals gereedschap, een bord, bestek. Niet alleen de cabin was erg mooi om te zien, maar ook het oude vervallen schuurtje en de mijningang waar ook nog diverse voorwerpen waren achtergebleven.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlWe moesten dus via datzelfde weggetje terug. Ik heb uiteraard mijn struisvogeltactiek weer toegepast, hoe Hans er in is geslaagd om de auto over het enge stuk heen te manoeuvreren weet ik dus niet maar het belangrijkste is dat we heelhuids de Hidden Valley Road weer hebben bereikt. We zijn daarna in één lange ruk doorgereden naar het tankstation in Stovepipe Wells, we moesten de Jeep Wrangler immers weer met een volle tank bij Farabee afleveren. Konden we maar altijd in zo’n auto rondrijden, wat zou dat onze mogelijkheden ontzettend veel groter maken. Zoveel dirtroads die we met een gewone huur SUV niet aandurven, en die voor deze Jeep geen enkel probleem zouden zijn. Afscheid nemen bleek nog niet makkelijk te zijn…..

Op de kaart van Death Valley zag ik nog een 4WD-road, niet ver van de plek waar Farabee gevestigd is. Echo Canyon, heet die. Omdat we vanmorgen zo vroeg waren vertrokken hadden we nog steeds een klein stukje dag over, en we besloten om onze $ 268,78 tot het laatst toe te benutten. Met het risico dat we ons weer in een avontuur zouden storten dat voor mij té avontuurlijk zou zijn, maar ja, dat moest dan maar. De eerste drie mijl van de rit reden we via een open vlakte naar een bergketen toe, de weg was heel bochtig en lag vol met los gravel. Vervolgens kronkelde de weg zich tussen de rotsen door, en wij zaten zoals gewoonlijk weer eens volop te genieten. “De slagroom op het toetje”, zo noemde Hans deze rit. Waarbij de Racetrack Playa dus het hoofdgerecht was, en de Old Burro Mine het toetje. Er stonden nog opvallend veel wildflowers in de canyon, altijd leuk voor het contrast met de rotswanden. Hans was bijzonder gecharmeerd van een natural arch die hij hoog boven in een rotswand ontdekte, het zonlicht dat daar doorheen viel vormde een druppelvormige lichte vlek op de weg. Onze rit bestond nu uit steeds een klein stukje rijden, uitstappen, om ons heen kijken, fotograferen, weer instappen, klein stukje rijden….. enzovoort. En dat is – zeker met al zo’n lange dag achter de kiezen – best wel vermoeiend. We voelden dan ook allebei dat we het punt hadden bereikt dat we moesten gaan stoppen. Dus reden we Echo Canyon weer uit, tijdens dit laatste stukje van de rit kregen we zowaar ook nog een “kersje op de slagroom”, want het zicht dat we nu hadden op het Badwater Basin en de rotsen van Death Valley was meer dan prachtig.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlNog maar een keer tanken, in Furnace Creek deze keer, want onze tank was immers niet meer vol. En daarna kwam dan toch het onvermijdelijke afscheid van onze Jeep Wrangler…. Die andere Jeep, de Grand Cherokee, stond nog netjes op de parkeerplaats van de Furnace Creek Inn op ons te wachten. We moesten nog even onze spullen van de ene in de andere Jeep overladen: de koelbox, de stoelen en de fototas. Terwijl we daarmee bezig waren werden we door een wat zenuwachtige man aangesproken, of hij even in onze kofferbak mocht kijken!! Wat een vreemde vraag was dat…. Hij legde uit dat zijn auto ook op de parkeerplaats stond, dat de deur van zijn auto openstond en dat zijn koffer er uit was verdwenen. En hij had gezien dat wij van alles in onze auto legden….. ’t Kwam er dus op neer dat wij zomaar voor dieven werden aangezien!! Ach, ik kon hem best begrijpen hoor, de man had groot gelijk dat hij toch even zeker wilde weten dat wij er niet met zijn koffer vandoor gingen. Dus natuurlijk lieten we hem even in de kofferbak en op de achterbank kijken. De man verontschuldigde zich, en ging weer naar zijn eigen auto terug. We stapten in onze Jeep Grand Cherokee (wie had gedacht dat we die instap nog ooit laag zouden vinden!) en wilden wegrijden, toen de man weer naar ons terugkwam. Om zich nogmaals te verontschuldigen…. Het bleek dat er twee identieke auto’s op de parkeerplaats stonden, hij had stom genoeg in de verkeerde auto gekeken! De man blij, want hij was dus zijn koffer niet kwijt. En wij blij, want we waren weer alle blaam gezuiverd.

We waren flink moe toen we in Beatty aankwamen. Op onze motelkamer hebben we ons even wat opgefrist, we zagen er echt niet meer uit na zo’n lange dag. Al hebben we er niet echt veel moeite voor gedaan om er chic uit te zien hoor, Rita’s Café, waar we nu al voor de derde avond op rij gingen eten, ziet er ook zo chic niet uit. ’t Is niet ons favoriete restaurant, maar ja, je moet wat hè. Meer keus is er helaas niet in dit ongezellige plaatsje. Ach, een voordeel heeft het wel om bij Rita te gaan eten, de bediening is er supersnel. We hadden de soep nog niet eens helemaal op toen het hoofdgerecht al op tafel werd gezet. Ik heb niet op m’n horloge gekeken hoe lang we er precies zijn binnengeweest, maar volgens mij hebben we wel een record gebroken hoor.
 

All pictures © copyright hanz en henriëtte meulenbroeks
Gastenboek
Links Contact Disclaimer