Home Nationale ParkenBezienswaardighedenUpdate
Reisverslag 2011 ~ Pagina 3
All pictures © copyright hanz en henriëtte meulenbroeks
 
Dag 14 : zondag 10 mei : moab - buckhorn draW - goblin valley - escalante

Gereden :  419 mijl

© copyright  www.ontdek-amerika.nlThe Weather Channel had voor vandaag nog enkele buien voorspeld. En inderdaad, de donkere wolken die boven Moab hingen toen we wakker werden beloofden niet veel goeds. Dat betekende: géén Crack Canyon en géén Reds Canyon Loop vandaag, want ‘kans op regen’ gaat helaas niet samen met slotcanyons en dirtroads met een lemen ondergrond. We besloten om beide bestemmingen een dagje vooruit te schuiven en voor vandaag iets te zoeken dat wél haalbaar zou zijn. Ik wist dat in de buurt van de plaats Green River een paneel met erg mooie pictographs te vinden was, en als ik me goed herinnerde was dat paneel bereikbaar via vlakke brede gravelwegen. En dat durfden we wel aan, ook in de eventuele regen.

Voor de zekerheid zijn we toch maar even naar het Visitor Center van Green River gereden. Waar we een paar bekende gezichten zagen, de vier jonge Duitsers die we afgelopen zondag in Hanksville in het restaurant hadden gezien stonden ook daar binnen. © copyright  www.ontdek-amerika.nlHelaas, we stonden er alle zes voor niets. Want er was niemand van het personeel in het Visitor Center aanwezig, behalve dan de dame die daar souvenirs verkoopt.  Jammer, ik had er echt op gerekend om hier wat meer informatie te krijgen. Gelukkig vond ik wel een brochure waarin de Buckhorn Draw Pictographs werden genoemd, de routebeschrijving die in die brochure stond was niet echt duidelijk maar okay, het was beter dan niets.

En zo gingen we dus op pad: met zware wolken boven ons dak, een gebrekkige routebeschrijving op m’n knieën en niet meer dan een vaag idee over de toestand van de weg in m’n hoofd. Ach, soms moet je een risico nemen in het leven, toch! Vanuit Green River reden we via Interstate 70 verder naar het westen. We wisten al dat de weg hier tussen bijzonder mooie rotsformaties door zou lopen, ik had er al diverse foto’s van gezien maar we hadden het nog nooit met eigen ogen mogen aanschouwen. En ja hoor, op het moment dat we door Spotted Wolf Canyon heen reden klonken er heel wat Ooooh’s en Aaaah’s in onze auto. En toen we de canyon achter ons lieten klonken er nog steeds Ooooh’s en Aaaah’s, maar nu om een hele andere reden. Eerst was het “Oooh, het sneeuwt hier!” en meteen daarna “Aaah, het is hier spiegelglad!”. Ja, we reden dus volkomen onverwacht een dikke vette sneeuwbui in. We waren stomverbaasd, nog veel meer dan een week geleden in Albuquerque.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlEerst konden we er nog heel erg om lachen. Zaten we hier in onze korte broek (ja hoor, vanochtend waren we nog optimistisch geweest) op een snelweg in Utah, waar we alleen nog maar met een slakkengangetje konden rijden omdat de sneeuw op de weg bleef liggen. We kwamen zelfs een sneeuwploeg tegen, wie verwacht zoiets nou! Maar even verderop konden we er helaas niet meer om lachen. Hans zag een auto in de middenberm staan, die was door de gladheid van de weg gegleden. Aan de overkant stonden een aantal mensen langs de kant van de weg, het zag er gelukkig naar uit dat er geen gewonden waren. En net op dat moment zag ik in een flits een rode auto – een tegenligger – die een 180° draai maakte en zo, met de achterkant eerst, keihard van de weg af schoot en in een diepe greppel verdween. ’t Gebeurde zo snel allemaal, ik denk dat ik de auto nog geen halve seconde gezien heb. Jee, wat was dat hard gegaan zeg, ik vreesde dat de bestuurder en eventuele andere inzittenden (ik had niet gezien hoeveel mensen er in de auto zaten) zwaar gewond zouden zijn.

Ik vind het prettig om zo goed mogelijk voorbereid op reis te gaan. Alle wegnummers, afstanden, GPS-points en dergelijke zijn dan ook thuis al op een rijtje gezet en in ons roadbook verwerkt. En het was dus heel jammer dat ik dat voor de route naar de Buckhorn Draw Pictographs niet had kunnen doen, want we reden prompt verkeerd. In mijn routebeschrijving stond niet het  juiste Exit-nummer vermeld, en op het moment dat we daar achter kwamen waren we de betreffende afslag al gepasseerd. We moesten een heel eind doorrijden naar het westen, keren, en weer een heel stuk terug naar het oosten. We kwamen daarbij opnieuw langs de plaats waar het ongeval had plaatsgevonden, de rode auto was vanaf de weg niet zichtbaar maar er waren al wel hulpdiensten ter plekke. We vermoeden dat die al onderweg waren geweest in verband met het eerdere ongeval.

Nou, om een lang verhaal niet al te lang te maken: na een heleboel overbodige mijlen hebben we uiteindelijk toch de juiste afslag gevonden. De Buckhorn Draw Road bleek inderdaad een vlakke brede gravelweg te zijn. En die was prima begaanbaar, ook na de sneeuwbui van zo net. We kwamen al snel een eerste bezienswaardigheid tegen, een sinkhole (dat is een diep gat in de grond dat door een natuurlijke oorzaak is ontstaan.) Nu is de term bezienswaardigheid iets te veel eer voor deze sinkhole, want echt spannend was ’t niet. Het voornaamste dat we daar op die plek hebben gedaan was gauw onze korte broek omruilen voor een dikke spijkerbroek.

In de verte zagen we brede rode rotsformaties voor ons, en hoe verder we reden, hoe mooier ze werden. Echt Utah… echt genieten dus! En we hebben meteen besloten om na onze vakantie eens even flink was huiswerk te gaan doen, dit gebied verdient een nadere ontdekkingstocht! Een kleine 20 mijl nadat we Interstate 70 hadden verlaten, arriveerden we bij de San Rafael Bridge, een bijna 50 meter lange houten hangbrug die in 1937 is gebouwd. Er overheen rijden mag niet meer, er is een nieuwe brug direct naast gebouwd, maar er overheen lopen kan nog wel. Een leuke stopplaats was dit, zo’n fotogenieke brug lieten we natuurlijk niet aan ons voorbij gaan.

 
© copyright  www.ontdek-amerika.nl © copyright  www.ontdek-amerika.nl © copyright  www.ontdek-amerika.nl
 

Voorbij de brug werd de weg wat zanderig. Of, meer actueel, flink modderig. Onze auto kon het nog steeds makkelijk aan hoor, maar ik moet toegeven dat we toch wel zo nu en dan wat ongerust naar de donkere wolken keken die ons achtervolgden. Gelukkig was het nog steeds droog toen we de rotswand met pictographs bereikten, we zijn er snel uitgestapt en meteen aan het fotograferen geslagen. We leken wel Japanners: pictograph…. klik, volgende pictograph…. klik, weer een pictograph…. klik. In een heus recordtempo zijn we zo langs het 40 meter lange paneel gelopen; meteen daarna moesten we heel snel de auto weer in want de eerste regendruppels kwamen al naar beneden.

Omdat het regende op de plek waar we net vandaan kwamen, leek het ons het beste om via een andere route weer naar de verharde weg te gaan. Het was een lange rit…. en die rit werd zowaar nog een beetje spannend ook. Want we reden niet alleen over mooie brede gravelroutes, we kregen ook te maken met smalle weggetjes, hoogteverschillen, rotsachtige gedeeltes en een paar dwars over de weg heen stromende washes. ’t Was allemaal heel goed te doen hoor, het was vooral spannend omdat we niet van te voren wisten wat ons te wachten stond en ook omdat de regen toch steeds wel héél dichtbij zat. Om eerlijk te zijn, we vonden ’t geweldig!

Uiteindelijk bereikten we State Route 61. Ongeschonden, maar wel met een auto die niet meer knetterwit maar knettersmerig was. De modder zat echt overal, tot op de voorruit toe. ’t Ergste werd er overigens al snel weer vanaf gespoeld, want we belandden nu in een heftige regenbui. Pfff, wat een geluk dat we die niet net een half uurtje eerder op ons dak hadden gekregen. Helaas moesten we nu wel besluiten dat ons plan van deze ochtend – om Crack Canyon en de Reds Canyon Loop naar morgen op te schuiven – geen enkele zin meer had. Want met al die neerslag van vandaag, hoefden we voor morgen echt nog niet op begaanbare dirtroads te rekenen. We zijn de door ons beoogde overnachtingsplaats, Green River, dan ook maar voorbij gereden. Met als enige concrete idee: we zien wel waar we terecht komen!

 
© copyright  www.ontdek-amerika.nl
 

Ondertussen hadden we wel flink honger gekregen, het was al ruimschoots voorbij onze normale picknicktijd. We besloten om door te rijden tot Hanksville, waar we dan in een van de eetcafeetjes wat zouden gaan eten. Buiten picknicken zat er immers niet in, met zo’n weer. Maar wat denk je…. tegen de tijd dat we in de buurt kwamen van de afslag naar Goblin Valley State Park was het droog, en zowaar ook nog een beetje zonnig! Even later zaten we dus lekker onze boterhammen te smeren op de picknickplaats van Goblin Valley, we zaten zo’n beetje te bevriezen maar we hadden wél  een prachtig zicht op al die kleine boosaardige kabouterrotsen beneden ons. Na het eten zijn we natuurlijk ook nog even de vallei in gelopen, even de benen strekken na de lange autorit van deze ochtend. De zon kwam nu écht goed door, en de wind viel weg. Het was zomaar ineens weer zomer in Utah!

Omdat we nu toch zo aan het improviseren waren, besloot ik spontaan om deze dag te gaan besluiten met een ongeplande hike in Capitol Reef National Park, de Hickman Bridge Trail. Maar de hele dag liep er al niets zoals we het verwachtten, dus ook dit niet. Op het moment dat we Capitol Reef bereikten was alles rondom ons weer grauw, grijs en regenachtig. De temperatuurmeter in de auto gaf aan dat het 17° Fahrenheit was, rond het vriespunt dus. We hebben die trail dan ook maar mooi links laten liggen, de enige juiste beslissing leek om nog een heel stuk afstand te gaan overbruggen zodat we het slechte-weer-gebied zo ver mogelijk achter ons zouden laten.

 
© copyright  www.ontdek-amerika.nl © copyright  www.ontdek-amerika.nl © copyright  www.ontdek-amerika.nl
 

Foute beslissing! Want we lieten het slechte weer (grauw, grijs en regenachtig) weliswaar achter ons, maar we reden nu het nóg slechtere weer  in. Met andere woorden: het sneeuwde! En ik kan je verzekeren dat het geen pretje is om over Highway 12 te rijden met een laagje natte sneeuw als ondergrond. Ons tempo zakte naar het niveau slakkengangetje; als we zo verder zouden moeten dan haalden we Escalante echt niet meer voor het donker! Ik was dan ook behoorlijk opgelucht toen het stopte met sneeuwen en de weg al snel weer normaal begaanbaar werd. En toen kon ik ook nog even echt genieten van dit winterlandschap in mei, zo zien we Utah anders nooit.

Toen we eindelijk in Escalante aankwamen, had ik het echt wel gehad voor vandaag. We hadden bijna de hele dag in de auto gezeten, ontzettend veel mijlen afgelegd en bijna voortdurend slecht weer gehad. Maar toch…. ondanks dat alles keken we wel terug op een supermooie dag. Met de Buckhorn Draw Pictographs als prachtig hoogtepunt, met een leuke spannende rit door de San Rafael Swell, een onverwacht weerzien met Goblin Valley State Park en als afsluiter Winter in Utah. Heerlijk, toch!
 
© copyright  www.ontdek-amerika.nl
 
Dag 15 : maanDAG 11 mei  : escalante - smoky mountain road - stud horse point - page

Gereden :  299 mijl

© copyright  www.ontdek-amerika.nlGisteren had het slechte weer onze goede stemming absoluut niet aangetast. Maar vandaag wel. We baalden toen het ’s ochtends vroeg opnieuw zeer zwaar bewolkt bleek te zijn. We baalden nog wat meer toen de dame bij de BLM vertelde dat de routes die we hier vanuit Escalante hadden willen rijden ‘met een 4WD misschien wel zouden lukken, maar toch niet echt werden aangeraden. En we werden ronduit chagrijnig toen ook ons alternatief (een wandeling in Bryce Canyon) niet mogelijk bleek. Er viel natte sneeuw, en alles was grauw, grijs en somber buiten. Omdat we gewoon niks anders wisten zijn we ook hier maar weer doorgereden. 

In Kanab besloten we om twee korte stops te houden. Eerst even naar de supermarkt, want onze koelboxvoorraad moest worden aangevuld. Hé, we werden gestalkt! Want daar zagen we zowaar die Duitse jongens weer, die waren blijkbaar ook op zoek naar een beetje mooi weer. Onze tweede stop was bij het kantoor van de BLM, we hoopten dat zij ons misschien wat goede ideeën aan de hand zouden kunnen doen. Er lag daar een lijstje waarop de belangrijkste dirtroads van de omgeving vermeld stonden, en tot onze verrassing werd de Smoky Mountain Road als ‘goed berijdbaar’ geclassificeerd. Nou, dat was goed nieuws. We hadden die route twee jaar geleden al eens gereden, en sindsdien stond die heel erg hoog op het ‘dit willen we graag nog eens overdoen’-lijstje.

Hoewel we Kanab een veel leukere plaats vinden dan Page, besloten we toch om naar Page door te rijden. Daar hadden we immers net wat meer mogelijkheden in de buurt, zoals de Smoky Mountain Road dus, maar ook Stud Horse Point of zelfs Antelope Canyon. Dat laatste idee was ook zomaar spontaan boven komen drijven, het was al jaren geleden dat we daar waren geweest en het leek ons nu wel leuk om dit met onze nieuwe foto-apparatuur nog eens over te doen. We reden dus naar het kantoortje van Roger Ekis, met de vraag of er morgen of overmorgen plaats voor ons was op de Photography Tour. De Indiaanse vrouw achter de balie zei op bitse toon: “22 juni”, ze draaide zich om en ging een andere klant helpen. Huh…. waarom had zij het over juni, waarom gaf ze geen antwoord op onze vraag? We vroegen nog een keer om haar aandacht, ze keek nu zelfs nog stuurser dan de eerste keer. Maar het werd ons nu in elk geval wel duidelijk dat 22 juni de eerste datum was waarop er plaats zou zijn op de Photography Tour. Nou, dat plan ging dus mooi niet door. We hadden er ook gelijk al geen zin meer in, wat een onvriendelijke vrouw was dat zeg. Ik heb wel eens gelezen dat de Navajo zo stug en onvriendelijk kunnen zijn, dit was eigenlijk de eerste keer dat we dat zelf zo hebben ervaren.

 
© copyright  www.ontdek-amerika.nl © copyright  www.ontdek-amerika.nl © copyright  www.ontdek-amerika.nl
 

Geen Antelope Canyon dus. Maar wél de Smoky Mountain Road, de onverharde weg waar we in 2009 een keer een lekke band hadden gereden. Ondanks die lekke band hadden we deze rit toen als een van de hoogtepunten van onze reis ervaren, en ook deze keer genoten we weer enorm. In ons live reisverslag schreef ik “We’ve been to the moon and back”, het gebied waar de Smoky Mountain Road doorheen loopt is dan ook echt een soort van maanlandschap. Fascinerend mooi, met al die zwarte, grijze en gelige tinten. De route was wel in iets slechtere conditie dan twee jaar eerder, en ik moet toegeven dat ik ‘m op sommige momenten toch wel wat kneep. Zeker toen we de Kelly Grade bereikten, waar we via een smalle, kronkelige en rotsachtige weg omhoog moesten rijden. Ik denk dat de lekke band van de vorige keer me nog een beetje parten speelde, elk rotspuntje werd voor mij een potentiële bandenprikker. Ondanks het feit dat ik dus niet echt lekker ontspannen in de auto zat, was ik wel blij dat we opnieuw voor deze rit hadden gekozen. Want echt, de Smoky Mountain Road is voor mij de onbetwiste nummer 2 als het om mooie routes gaat (de Cathedral Valley Loop in Capitol Reef National Park is nog nét even mooier, vind ik). En als je het Hans vraagt, dan gaat ie vast en zeker zeggen dan de Smoky Mountain Road de allermooiste is!

Vanaf de top van de Kelly Grade gingen we via dezelfde route weer terug. Het was nog niet zeker of we het droog zouden houden, er hingen weer heel wat donkere wolken om ons heen. Ik was dan ook blij dat we weer op het vlakke gedeelte zaten, en niet meer boven in het bochtenwerk. Toen we alweer dicht bij de verharde weg kwamen zagen we rechts van ons een grote, donkergrijze hoodoo staan. ’t Was nog steeds droog, we durfden het nu wel aan om de auto hier langs de kant te zetten en even naar die hoodoo toe te lopen. De afstand naar de hoodoo was wat langer dan we hadden ingeschat, maar dat maakte ons niet uit. We hadden immers maar nauwelijks gelopen de afgelopen dagen, het was lekker om weer even bezig te zijn. En de hoodoo was helemaal geweldig, met z’n donkergrijze voet en de enorme bruine kap. Er stonden nog een paar gelijksoortige hoodoos in de buurt, ons uitstapje was dan ook dik geslaagd.

 
© copyright  www.ontdek-amerika.nl © copyright  www.ontdek-amerika.nl © copyright  www.ontdek-amerika.nl
 

Rond 5 uur in de namiddag waren we weer terug op State Route 89. Het was het ideale tijdstip om nog even door te rijden naar Stud Horse Point, deze hoodoogroep zou immers nu het mooiste zonlicht vangen. © copyright  www.ontdek-amerika.nlTwee jaar geleden hadden we al eens een poging gedaan om deze hoodoos te vinden, maar helaas hadden we in het netwerk aan zandweggetjes ergens een verkeerde afslag genomen. Tenminste, dat dachten we toen. Vandaag kwamen we er dus achter dat we toen wel degelijk op de goede route zaten, alleen, we waren niet ver genoeg doorgereden. Gelukkig ging het deze keer wel goed, hooguit tweehonderd meter voorbij de plek waar we de vorige keer nog teleurgesteld waren omgedraaid, zagen we de hoodoos beneden ons in het dal liggen. En het plaatje was echt helemaal perfect: de drie wit/oranje rotspilaren stonden prachtig in het licht, het dal op de achtergrond en de mooie witte wolken in de lucht maakten het helemaal compleet. Natuurlijk hebben we ook de nabije omgeving nog verkend, zowel links als rechts van Stud Horse Point ontdekten we nog een paar leuke hoodoos. Met – aan de rechterkant – Lake Powell op de achtergrond. Gaaf!

In opperbeste stemming reden we naar Page, het slechte begin van deze dag was al weer helemaal vergeten. De Pizzahut in Page bleek er maar rommelig en ongezellig uit te zien, we besloten dan ook om onze pizza niet daar op te eten maar mee naar de motelkamer te nemen. Samen met een paar ijskoude blikjes Heineken. ’t Was heerlijk ontspannend om lekker lui voor de televisie naar een verstand-op-nul programma te kijken, en ondertussen onze pizza weg te werken. Daarna natuurlijk nog even de foto’s backuppen en het liveverslag bijwerken, en daarmee zat dag 15 er ook alweer op.

 
 
© copyright  www.ontdek-amerika.nl © copyright  www.ontdek-amerika.nl © copyright  www.ontdek-amerika.nl
 

Dag 16 : dinsdag 12 mei : page - sidestep canyon - cottonwood canyon road - page

Gereden :  130 mijl

Onze spijkerbroeken en vesten konden de tas in, want toen we wakker werden was het (eindelijk!) korte broeken en t-shirts weer. ’t Enige probleem dat we nu nog hadden was dat we zo’n beetje alles wat ik in mijn roadbook had staan ondertussen voorbij waren gereden, we hadden nog vier dagen tegoed en nog voor hooguit twee dagen aan uitgewerkte ideeën. Nu had ik nog wel één plekje in gedachten dat al jarenlang op ons to-do-lijstje stond, de met honderden hoodoos bezaaide Sidestep Canyon. Omdat we er aan twijfelden of de aanrijroute haalbaar zou zijn, was het er nog nooit van gekomen om daar naar toe te gaan.  Maar nu hadden we dus zomaar een paar dagen over, dit was het ideale moment om het toch maar eens te gaan proberen.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlEn dus reden we in de vroege ochtend naar BLM-road 431, ergens tussen Page en Kanab. Een bekende route, want hier hadden we in 2006 ook gereden toen we op weg waren naar de Wahweap Hoodoos. Ongeveer 100 meter voor ons zagen we een blauwe SUV rijden, er waren hele stukken dat die auto in een normaal tempo reed, maar regelmatig zagen we ‘m ook afremmen en een klein stukje heel langzaam, al wiebelend en schuddend, vooruit gaan. Ha, daar kwam dus weer een dip, een wash of een stukje slickrock aan, we werden zo elke keer mooi op tijd gewaarschuwd. Blijkbaar hadden de mensen in de blauwe auto een andere bestemming op het oog dan wij, want op gegeven moment draaiden zij linksaf een voor ons onbekende zijweg in. Tja, nu moesten we dus zelf het pionierswerk doen en kijken of de route begaanbaar bleef. Daar had ik meer twijfels over dan Hans, de weg was aanmerkelijk slechter dan vijf jaar eerder en net zoals gisteren kneep ik ‘m weer behoorlijk. En het lastigste gedeelte moest nog komen…..

Nadat we ongeveer 8 mijl over BLM-Road 431 naar het oosten waren gehobbeld, gingen we rechtsaf een nog smaller weggetje in. Dit weggetje moesten we ruim 1 mijl volgen, en dan zouden we bij het hek aankomen waar we onze auto zouden moeten parkeren. Maar zo ver zijn we dus niet gekomen. Zoals we al hadden verwacht was de ondergrond hier nóg slechter, toen we ongeveer halverwege waren kwamen we een rotsachtige dip tegen die zelfs Hans niet zag zitten. We waren het er al heel snel over eens dat we te voet verder zouden gaan, we schatten dat het ongeveer 10 minuten lopen zou zijn naar de beoogde parkeerplaats, en van daaruit nog eens 10 minuten tot aan de canyon. Makkelijk te doen dus.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlEn inderdaad, ongeveer 20 minuten later stonden we zomaar boven aan de rand van Sidestep Canyon. En zagen we een adembenemend groot aantal hoodoos beneden ons liggen. Eerst hebben we even staan te genieten van dit mooie aanzicht, daarna gingen we op zoek naar de plek waar we af zouden kunnen dalen. Helaas, hoe we ook zochten, de ‘doppelhoodoo’ waarover Steffen Synnatschke het in zijn omschrijving had konden we niet vinden. We moesten dan ook zelf uitzoeken hoe we in het dal terecht zouden kunnen komen, en dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Uiteindelijk zijn we er toch in geslaagd een eind omlaag te klimmen. En hebben we een héél klein stukje van Sidestep Canyon van dichtbij kunnen bekijken, de rest van deze prachtige speeltuin hebben we alleen van een afstandje gezien. Ik voelde me wel een beetje schuldig. Ik wist dat Hans zonder mij veel verder had kunnen komen maar stom genoeg hadden we onze walkie talkies in de auto laten liggen en we wilden daarom niet te ver uit elkaar gaan.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlEerlijk gezegd heb ik een beetje een dubbel gevoel over ons bezoek aan Sidestep Canyon. Ik geniet altijd intens van al het moois dat de USA ons te bieden heeft, dat gaat gewoon vanzelf. Maar hier bij Sidestep Canyon – toch echt een van de meest spectaculaire verzameling hoodoos die we ooit hebben gezien – bleef dat gevoel een beetje achterwege. Ik denk dat het te maken had met de moeilijke aanrijroute, en daarna ook nog de lastige klim naar beneden. Ik heb ’t eerlijk gezegd een beetje gehad met ‘moeilijk doen’, ik vind het fijner als ik gewoon lekker onbekommerd rond kan kijken zonder gedachtes aan lekke banden en meer van dat soort onheil. Niet dat ik geen dirtroads meer zou willen rijden hoor, dat vind ik nog steeds prachtig! Tenminste, zo lang ze hooguit in de categorie ‘leuk spannend’ vallen, zoals onze rit door de San Rafael Swell van een paar dagen eerder. ‘Eng spannend’ sla ik toch maar liever over, in het vervolg. De enigszins lastige klim naar beneden hadden we ons overigens best kunnen besparen, zo bleek. Want we ontdekten nu dat we helemaal aan de linkerkant van de canyon simpelweg naar boven konden lopen. We zijn toen maar meteen naar de auto teruggelopen, het had immers geen zin om nog langer in dat kleine hoekje van de canyon te blijven hangen.

Vooraf had ik er op gerekend dat we een hele dag voor Sidestep Canyon nodig zouden hebben, maar op het moment dat we de Cottonwood Canyon Road weer bereikten was er pas een halve dag voorbij. We besloten om naar de trailhead van Yellow Rock te rijden, niet omdat we van plan waren om die rots nog eens op te klimmen maar omdat het ons wel een goede picknickplek leek. We verkeken ons wel een beetje op de afstand, we dachten dat het maar een paar mijl rijden zou zijn maar die paar mijl bleken er in werkelijkheid dertien te zijn. Ach, niet erg hoor, de Cottonwood Canyon Road is een prachtige weg, ook als je ‘m voor de derde keer rijdt. Toen we onze picknickspullen op de parkeerplek tevoorschijn hadden gehaald, stopte er een auto met daarin een vrouw op leeftijd – we schatten haar een jaar of zeventig – en een veel jongere man. Haar zoon, zo vermoedden we. De vrouw liep heel moeilijk, we waren dan ook verbaasd toen we hen richting Yellow Rock zagen lopen. Zouden zij echt van plan zijn die moeilijke trail te gaan doen?

© copyright  www.ontdek-amerika.nlNa het eten zijn we weer in de auto gestapt, en lekker nog ’n eind verder gereden. Midden op de weg lag zomaar ineens een groot rotsblok…. dat moet een klap gegeven hebben toen die vanuit de rotswand omlaag is gevallen. Je zou er maar net rijden, zeg! Gelukkig was de weg breed genoeg om om het rotsblok heen te kunnen rijden; een stukje verder bereikten we de noordelijke trailhead voor de Cottonwood Wash Narrows. Die kloof was niet nieuw voor ons, in 2006 waren we er al een stukje doorheen gelopen. Nu wilden we ook de rest van de trail gaan doen. 

We hebben er een lekker rustige wandeling van gemaakt. Alle tijd genomen voor het maken van foto’s, de zijcanyons ingelopen, geprofiteerd van de vele schaduwplekken en even wat sneller doorgelopen in de zonnige gedeeltes. Want na al die kou van de afgelopen dagen was ’t nu toch wel ineens heel erg warm geworden…. Op gegeven moment moesten we beslissen hoe we terug zouden lopen, we konden tot aan het zuidelijke uiteinde van de kloof doorlopen en daarna via de weg weer terug naar de auto. Of we konden omdraaien en via dezelfde route, door de kloof dus, teruggaan. Dat was een hele makkelijke keuze, door de kloof heen was mooier en we hadden dan ook nog flink wat schaduw onderweg.  

Op de plek waar we de kloof weer uit moesten klimmen, ontmoetten we onverwacht de moeder en zoon die we eerder bij de Yellow Rock Trailhead hadden gezien. Ook zij wilden net weer omhoog klimmen, en het kwam goed uit dat wij net op dat moment arriveerden. Want, zoals we eerder al hadden gezien, de vrouw was slecht ter been en daarbij ook niet meer de jongste, ze kon best even wat hulp gebruiken om weer boven te komen. Hans ging eerst. De zoon boog zijn been zodat moeders het bovenbeen als opstapje kon gebruiken, terwijl Hans haar een helpende hand van bovenuit toestak. We hebben daarna nog even met ze staan praten; de vrouw vertelde dat ze hier al veel vaker was geweest, en dat ze nu alle plekken waarvan ze eerder zo had genoten nog eens terug wilde zien. Ik had het gevoel dat hier een emotioneel verhaal achter stak, maar omdat ze het zelf wat oppervlakkig hield vond ik het niet passend om door te vragen. Het was in elk geval wel leuk om te zien hoe zichtbaar blij ze was om hier weer terug te zijn.

Het was zo langzamerhand al best laat aan het worden, het werd tijd om terug te rijden naar Page. Op onze motelkamer hebben we internet te hulp geroepen, we hoopten op nog wat leuke ideeën om de laatste drie dagen van onze vakantie te kunnen vullen. Thuis vind ik het helemaal geweldig om daarmee bezig te zijn, zoveel mogelijk sites afstruinen en mooie plekken zoeken. Maar tijdens de vakantie zelf heb ik juist helemaal geen zin meer in dat gezoek, dan moet alles gewoon lekker kant en klaar in mijn map zitten. En op zo’n moment ben je blij dat het geweldige Alles Amerika Forum bestaat, want daar las ik dat het Wupatki National Monument – dat perfect op onze route lag – heel erg de moeite waard zou zijn. Nou, dat gingen we morgen dan mooi eens checken!
 
© copyright  www.ontdek-amerika.nl © copyright  www.ontdek-amerika.nl © copyright  www.ontdek-amerika.nl
 
Dag 17 : vrijdag 13 mei : page - cathedral wash - wupatki national monument - sedona

Gereden : 239 mijl

© copyright  www.ontdek-amerika.nlVoor sneeuw hoefden we niet meer bang te zijn, op het moment dat we bij ons motel vertrokken was ’t al bijna 20° Celcius en tijdens onze rit naar de Cathedral Wash Narrows liep de temperatuur nog flink op. ’t Kwam dus goed uit dat we juist nu die slotcanyon hadden gepland, tussen dicht op elkaar staande rotswanden loop je immers vaak lekker in de schaduw. Maar de Cathedral Wash Narrows bleek geen lekker koele schaduwrijke slotcanyon te zijn, het was juist een vrij brede canyon waar het zonlicht volop naar binnen viel. © copyright  www.ontdek-amerika.nlEn de wind had er geen enkele kans om voor een beetje verkoeling te zorgen, kortom: we zweetten ons te pletter….. Ondanks de hitte gingen we er wel van uit dat we de hele wandeling zouden kunnen doen, 1 mijl heen en 1 mijl terug, dat moest haalbaar zijn, toch! In het begin was het heel eenvoudig, we liepen door een grotendeels droogstaande wash en de kleine klimmetjes die hier en daar nodig waren leverden geen problemen op. Hoe verder we kwamen, hoe mooier de kloof werd. En hoe moeilijker de obstakels die we moesten overwinnen, helaas. Net op het allermooiste punt konden we geen veilige route meer vinden, en we durfden dan ook niet meer verder. Jammer, we wisten dat we aan het einde van de kloof uit zouden komen bij de oever van de Colorado River, maar zo ver zijn we dus niet gekomen. Nu zouden we natuurlijk heel graag in dit reisverslag laten zien hoe mooi de rotswanden van de Cathedral Wash Narrows zijn, maar ook dat gaat helaas niet lukken. Want het zonlicht was zo fel en de schaduwen waren zo hard…. we hebben niet eens geprobeerd om foto’s te maken!

Na onze korte hike zijn we naar de Navajo Bridge gereden, de brug die over de Colorado River heen gaat. Tot onze verrassing bleken daar condors rond te vliegen en op de rotsen te zitten. Leuk! Natuurlijk hebben we geprobeerd om ze op de foto te krijgen, met de telelens konden we ze redelijk dichtbij in beeld krijgen. En het was nog een hele uitdaging om er eentje al vliegend op de foto te krijgen…. De condors hebben ons behoorlijk bezig gehouden, er was zo een uur voorbij! We moesten op gegeven moment toch echt weer verder: we wilden immers naar Wupatki National Monument toe. Normaal gesproken is dat een rit van dik anderhalf uur, maar we wisten al dat we onderweg wegwerkzaamheden tegen zouden komen. We hielden er dus rekening mee dat we meer tijd kwijt zouden zijn. Op gegeven moment kwamen we inderdaad in een file terecht, dat lag trouwens niet eens aan de wegwerkzaamheden zelf maar wel aan het feit dat een van de machines van de wegwerkers op z’n kant in de berm was gevallen. Die waren ze net omhoog aan het takelen. Gelukkig duurde het oponthoud niet lang, we konden al snel weer verder.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlEn bij deze even een bedankje aan de mensen die Wupatki National Monument gepromoot hebben op het Alles Amerika forum, dankzij jullie tip hebben we weer een heel mooi park aan ons lijstje toe kunnen voegen. We hebben alle pueblo’s bekeken, niet alleen de grote Wupatki Pueblo, maar ook de vijf kleinere. De Citadel Pueblo, bijvoorbeeld. We liepen daar via een verhard pad naar boven toe, langs de wand af die dus ooit de buitenmuur van dit indianendorpje heeft gevormd. ’t Viel op dat er heel veel lavastenen in die muur verwerkt zaten, niet gek natuurlijk als je weet dat we hier in een gebied zaten waar vroeger veel vulkanische activiteit is geweest. Toen we de bovenzijde van de wand hadden bereikt zagen we pas dat er verder niets meer van de pueblo over was, die buitenmuur was het enige dat nog overeind staat. We hadden wel een prachtig, weids zicht over de prairie beneden ons. 

Het hoogtepunt van ons bezoek aan dit park was de Wupatki Pueblo. Ongeveer 800 jaar geleden was dit het grootste dorp in deze omgeving, er bevonden zich ongeveer 100 kamers in een drie verdiepingen hoog bouwwerk. Daarvan staat nu best nog een heel stuk overeind en ik moet zeggen, het was heel indrukwekkend om dat te bekijken. Alleen die vervelende zon…. die stond schuin achter de pueblo en daardoor werd een deel ervan heel fel belicht, terwijl andere stukken dik in de schaduw stonden. Hans heeft nog wel heel erg z’n best gedaan om toch wat foto’s te maken, maar heel erg blij zag ik ‘m niet kijken. We zijn om de pueblo heen gelopen, aan de achterzijde was de belichting weliswaar veel beter, maar de ruïne was hier helaas veel minder fotogeniek. Ach, we hebben nu wel een hele goede reden om hier nog eens terug te komen. Maar dan wel in de ochtend, zodat het zonlicht van achter komt!

© copyright  www.ontdek-amerika.nlIk wilde in Flagstaff gaan overnachten. Maar Hans dacht daar anders over, die vond dat we best nog door konden rijden naar Sedona. Qua afstand maakte me dat niks uit, een klein uurtje extra in de auto was geen enkel probleem. Maar ik vreesde dat het niet zo’n goed idee was om op een vrijdag, laat in de middag, in zo’n toeristisch plaatsje nog een motel te moeten gaan zoeken. Ik zag in gedachten de “No Vacancy”-bordjes al voor me. We besloten om de gok toch te gaan wagen, als we in Sedona geen overnachtingsplek meer zouden kunnen vinden, tja…. dan hadden we pech gehad. Maar ik had me voor niets ongerust gemaakt, in de Super 8 waar we drie jaar geleden ook hadden overnacht waren nog diverse kamers vrij. Zo, er zat weer een dag op. Een geslaagde dag, dankzij de mooie canyon, de condors en de indrukwekkende Wupatki Pueblo. Alleen over onze foto’s waren we minder tevreden, wat dat betreft was dit echt wel ‘vrijdag de dertiende’ geweest!
 
Dag 18 : zaterdag 14 mei : sedona - gold king mine - wickenburg

Gereden : 139 mijl

© copyright  www.ontdek-amerika.nlVoor vandaag stond er niets spannends op het programma. Geen dirtroads, geen moeilijke hikes, gewoon een lekker ontspannen dagje dus. We reden naar het bergdorpje Jerome, op zoek naar de Gold King Mine & Ghost Town. De juiste route was makkelijk te vinden, en op het moment dat we in een bocht boven ons een stel  oude auto’s achter een omheining zagen staan gingen we er van uit dat we onze bestemming hadden bereikt. Links van ons leek een parkeerterrein te liggen, mooi…. daar konden we dus onze auto kwijt. Maar op het moment dat we het terrein opdraaiden, belandden  we zomaar ineens in een bijeenkomst van de Hells Angels!! Tenten, heel veel motoren, en stoere bikers met de naam Hells Angels op hun jacks, het grote terrein stond weliswaar niet vol maar we hadden toch ook niet echt het idee dat we onze Jeep Liberty hier tussen moesten gaan zetten. De  bikers negeerden ons volkomen. Hans fluisterde me nog even in dat hij heel hard “Hells Angels are babies” wilde roepen, eens even kijken of we dan opgemerkt zouden worden….. Nou, uit het feit dat ik hier ongeschonden en wel ons reisverslag zit te typen kan je vast wel concluderen dat hij dat toch maar niet heeft gedaan!

We hebben even rondgekeken of we de ingang van de Gold King Mine konden vinden, maar we zagen niets wat daarop leek. Waarna we tot de conclusie kwamen dat dit grote terrein blijkbaar niet het parkeerterrein van dat mijnstadje was, het was dus instappen en wegwezen… We konden inderdaad nog een heel klein stukje verder rijden, enkele tientallen meters hooguit. © copyright  www.ontdek-amerika.nlEn gelukkig, daar zagen we een heel toeristisch uitziend souvenirwinkeltje met een kleine parkeerplaats ervoor, we hadden de Gold King Mine gevonden. En wat een zootje was het daar! Een prachtig, heerlijk en super leuk zootje met vooral heel veel oude auto’s met allemaal verroeste gereedschappen daar tussendoor. Er waren ook een paar kleine houten gebouwtjes, waar nog diverse oude voorwerpen stof lagen te vangen. Een naaimachine, een typmachine, een wasmachine…. Er liepen wat kippen rond, en stond een ezel…. kortom, het was een samenraapsel van van alles en nog wat. Het was overigens niet alleen maar oude rommel hoor, die we daar konden bekijken. Er stonden ook een aantal prachtige oldtimers netjes naast elkaar onder een afdak. Een Ford, een Dodge, een Studebaker…. ik heb geen snars verstand van auto’s maar ook als leek kon ik echt wel zien dat dit heel bijzondere exemplaren waren. 

Het is ongetwijfeld nog heel druk geworden daar op die bikers-bijeenkomst. Want toen wij via een  prachtige kronkelweg van Jerome naar Prescott reden, kwamen ons voortdurend motorrijders tegemoet, we hebben er nog vele tientallen zien rijden. In Prescott zelf moesten wij hoognodig twee dingen doen. Als eerste: een winkelcentrum zoeken. Want – schandalig – opa en oma hadden nog steeds niets moois voor Oona gekocht! En als tweede: stoppen bij een tankstation. Want onze Jeep had dorst. We hebben een tijdje in Prescott rondgelopen, het leek er in eerste instantie op dat we rondom een park wel wat winkeltjes zouden kunnen vinden maar het bleken vooral eettentjes en dergelijke te zijn. We kregen ondertussen wel te horen dat de wereld binnenkort zou vergaan…. sorry maar de folder die we in onze handen gedrukt kregen ben ik kwijt geraakt, ik weet dus niet meer op welke datum het allemaal afgelopen is voor ons. Toch maar even doortypen, © copyright  www.ontdek-amerika.nlik wil natuurlijk nog wel dit reisverslag af hebben voordat het zover is! We zijn verder op zoek gegaan, en vonden een echte shopping mall. Kijk, dat zag er beter uit, daar zouden we vast wel een leuk jurkje of stoer spijkerbroekje voor Oona kunnen vinden. Maar o jee, wat hebben die Amerikanen toch een vreselijke smaak….. we vonden alle kinderkleding daar ronduit lelijk. We besloten om onze zoektocht hier in Prescott maar op te geven, onze laatste hoop was nu gevestigd op Phoenix.

Via een enorme kronkelweg reden we vanuit Prescott richting Wickenburg, chauffeur Hans zat  zichtbaar te genieten van al dat bochtenwerk. Tenminste, tot het moment dat hij op de benzinemeter keek…. we waren dus vergeten om in Prescott te tanken. Gelukkig zag ik op de wegenkaart dat we al redelijk snel een klein plaatsje met de naam Wilhoit tegen zouden komen. Een paar bochten nog, toen zagen we het in de verte al beneden ons liggen. Hans ging zo zuinig mogelijk rijden, bovendien gingen we nu omlaag dus de auto slurpte iets minder benzine dan tijdens het begin van deze rit. © copyright  www.ontdek-amerika.nlEn rijdend en wel bereikten we Wilhoit, waar dus geen enkel tankstation te vinden was! Chips, wat nu? Nou, gewoon verstand op nul en doorrijden maar, in de hoop dat in het volgende gehucht wel getankt zou kunnen worden. Wat hebben we ‘m geknepen, in de achttien mijlen tussen Wilhoit en Yarnell. Ik verwachtte elk moment dat de auto zou gaan sputteren, en dat we zomaar ergens langs de kant van de weg stil zouden komen te staan. Maar onze Jeep perste de laatste druppels benzine eruit, en bracht ons zo naar een van de allermooiste bezienswaardigheden van deze reis: een tankstation!! En dan denk je te kunnen gaan tanken…. besluit net op dat moment onze creditcard (waarvan de magneetstrip beschadigd was) het niet meer te doen. Gelukkig stond er een ATM-machine binnen, we hebben dus eerst maar even met onze gewone bankpas wat knisperende dollars getankt die we vervolgens meteen aan de medewerkster van het tankstation hebben afgedragen. Maar nog steeds kwam er geen druppeltje benzine uit de pomp, we snapten er niets van. Deze keer bleek het een foutje van die vrouw te zijn, ze had de verkeerde pomp opengezet. Toen ook dat euvel was verholpen konden we dan toch eindelijk de benzinetank weer vullen…. pfff….  Vanmorgen dachten we nog een lekker ontspannen dagje tegemoet te gaan, nou, dit was minstens net zo spannend als dirtroad rijden hoor. Als troost hebben we ons zelf meteen maar even getrakteerd op een flinke beker Häagen-Dazs ijs, dat hadden we verdiend.

In Wickenburg was ‘t warm, zeg maar gerust: heet! En uitgestorven! We zijn nabij ons Best Western Motel wat rond wezen wandelen, maar veel mensen waren er niet te zien. Wel ratelslangen, tarantula’s en Gila Monsters, zomaar op het trottoir. Het waren levensechte beeldjes, precies op de goede grootte en die lagen dan zomaar ergens langs de ingang van een winkel op de stoep. Je zou je rot schrikken zeg, als je er geen erg in had dat ze niet echt waren. Helaas zagen we wel dat het op zich best mooie stadje op z’n retour lijkt te zijn, er was heel veel leegstand in de winkels. We vonden wel een eenvoudig eettentje dat nog open was, toen we naar binnen keken zagen we dat er helemaal niemand zat te eten. Maar we hadden honger, dus we zijn toch maar naar binnen gegaan. Een medewerker zei ons dat we achter in de zaal mochten plaatsnemen… en daar kwamen we er dus pas achter dat we niet een eenvoudig ‘hamburger-en-salade’-etablissement waren binnengelopen, maar een luxe restaurant. Heuse tafelkleden, stoffen servetten, een dame met een echt serveerstersschort aan en als klap op de vuurpijl ook nog eens een stemmig saxofoonmuziekje...... een ware cultuurschok voor culinaire barbaren zoals wij. Maar, we moeten toegeven... het eten heeft ons heel lekker gesmaakt.

We hadden een terrasje voor onze motelkamer. Heerlijk, daar heb ik lekker een uurtje zitten lezen. De rust werd alleen ruw verstoord door een trein die heel kort achter het motel door bleek te rijden, verdorie, we letten er altijd op dat we geen motel naast een spoorbaan kiezen en nu hadden ze ons zomaar toch te pakken. Wie verstopt zo’n spoorbaan nu ook achter een schutting? Ik vreesde al voor een slapeloze nacht, maar gelukkig, het viel mee. Want dit was de eerste en meteen ook laatste trein die van het spoor gebruik maakte, we hebben tijdens onze voorlaatste nacht van onze vakantie dan ook prima kunnen slapen.

 
© copyright  www.ontdek-amerika.nl © copyright  www.ontdek-amerika.nl © copyright  www.ontdek-amerika.nl
 
Dag 19 : zondag 15 mei : wickenburg - vulture gold mine - castle hot springs road - scottsdale

Gereden : 171 mijl

© copyright  www.ontdek-amerika.nlDeze laatste vakantiedag zijn we begonnen met iets unieks: we hebben onze auto gewassen! Normaal gesproken brengen we onze auto inclusief al het dirtroadvuil dat we tijdens onze vakantie hebben verzameld met een gerust hart weer terug, geen enkele verhuurder die daar ooit moeilijk over heeft gedaan. Maar deze keer zag de auto er zo ongelooflijk smerig uit…. dit was zelfs voor ons te erg. Dus hebben we een autowasstraat gezocht, en daar is Hans aan de slag gegaan. En jee, viel dat even tegen zeg. De modder die zich tijdens onze rit door de San Rafael Swell tussen de wielkassen had verzameld was bijna niet meer weg te krijgen. Het heeft ons een fortuin aan quarters gekost om onze Jeep weer een heel klein toonbaar te krijgen. En dat met nog een dirtroadrit voor de boeg vandaag! Al vertrouwden we er wel op dat die route niet al te veel viezigheid op zou leveren, het was bloedheet en dus ook kurkdroog hier rondom Wickenburg.

© copyright  www.ontdek-amerika.nlMaar voordat die dirtroadrit aan de beurt was, hadden we eerst nog iets anders gepland. De Gold King Mine was ons gisteren zo goed bevallen, we wilden dan ook graag nog zo’n oud mijnstadje gaan bekijken. Vandaar dus dat we naar de Vulture Gold Mine reden, de plek waar de Oostenrijker Henry Wickenburg in 1863 goud had ontdekt. In de jaren ’80 en ’90 van de 19e eeuw hebben er een kleine 5.000 mensen in het mijnstadje gewoond, er staan nog een paar gebouwen uit die tijd overeind. Nou ja, min of meer overeind, het grootste gedeelte was zo vervallen dat we er niet meer naar binnen mochten. Op een paar plekken konden we nog wel even binnen kijken; normaal gesproken vinden we zoiets heel mooi maar hier voelden we helaas toch echt veel minder enthousiasme opborrelen dan op vergelijkbare plekken die we hebben bezocht. © copyright  www.ontdek-amerika.nlZoals Bodie, of de Lost Burro Mine in Death Valley National Park. We vonden de gebouwen in de Vulture Gold Mine veel minder sfeervol, het deed ons eigenlijk niet zoveel.

Maar goed, we hadden de (dure!) entreeprijs betaald en dus gingen we toch de hele tour doen… we wilden wel waar voor ons geld, toch. En zo her en der kwamen we toch nog wel een paar mooie plekken tegen, de blacksmith shop was aardig om te zien en ook de Power Plant, waar nog veel oude machinerie bekeken kon worden, was best fotogeniek. Eigenlijk was de Vulture Gold Mine veel ‘echter’ dan het bij elkaar verzamelde zootje van de Gold King Mine, maar dat betekende helaas niet dat we het ook interessanter vonden. Ach, we hebben er een paar leuke foto’s kunnen maken, maar verder is ons bezoek aan deze plek niet echt in onze herinnering blijven hangen.

Op naar Phoenix. Maar dan wel met een omweg, we gingen natuurlijk niet zomaar saai over de highway naar de stad rijden. De Castle Hot Springs Road, die in de buurt van het plaatsje Morristown begint, is een 37 mijl lange route door een heuvelachtig landschap met rotsen en woestijnvegetatie. Het leek ons een goed idee om onze vakantie met deze rit af te sluiten. Zoals we al verwachtten lag de weg er prima bij, we hoefden echt niet bang te zijn dat onze Jeep straks opnieuw een schoonmaakbeurt nodig zou hebben. Ik kan deze rit het beste beschrijven als “de Apache Trail in ’t klein”, we hebben onderweg regelmatig tegen elkaar gezegd dat deze twee dirtroads zoveel op elkaar lijken. Niet dat ik hiermee de fans van de Apache Trail aan wil moedigen om nu meteen de Castle Hot Springs Road in hun routeplanning op te nemen, de Apache Trail is van deze twee routes toch echt wel de mooiste. Maar als je van dirtroad rijden houdt, en je bent toevallig toch in deze omgeving, dan is het gewoon een hele leuke rit om te doen. We reden op gegeven moment langs de leegstaande Castle Hot Springs Resort, een duur uitziend vakantie-oord midden tussen de palmbomen. Kijk, zoiets heeft de Apache Trail nou weer niet! Ter hoogte van dat resort begon ook het spannendste deel van de rit, we moesten hier over een afstand van 3 mijl door een droogstaande wash rijden. Geen mooie vlakke zandweg dus, maar allemaal losse keien. ’t Ging allemaal prima, en al gauw bereikten het einde van de wash alweer.

     
© copyright  www.ontdek-amerika.nl © copyright  www.ontdek-amerika.nl © copyright  www.ontdek-amerika.nl
 

Waar we vrijwel meteen een mooie picknickplek vonden. Daar hebben we voor het laatst tijdens deze vakantie onze stoelen neergezet, koelbox er tussen in…. nog even lekker rustig zitten en van de mooie omgeving genieten. Nog geen half uur nadat we onze picknickspullen weer in de auto hadden gezet, reden we al door het drukke verkeer van Phoenix. Wat een overgang zeg. We moesten nog een motel zoeken, en met onze slechte ervaring van twee jaar geleden nog vers in de herinnering besloten we om vooral géén motel in de omgeving van de Rental Car Return te gaan zoeken. Ons eerste motel van deze reis, in Scottsdale, was ons prima bevallen. Dus besloten we om daar weer naar toe te gaan; dat betekende dan wel dat we morgenochtend iets verder zouden moeten rijden maar we hoefden toch niet al te vroeg op de luchthaven te zijn, dus dat was geen bezwaar. We boekten een kamer op de begane grond, wel zo handig natuurlijk, we moesten immers onze auto helemaal leeg gaan ruimen. Maar voordat we daar aan begonnen hadden we nog één belangrijke taak te vervullen: iets leuks zoeken voor Oona. Direct naast ons motel lag een grote Shopping Mall, en toen we op het informatiebord keken zagen dat er zowaar een vestiging van de Baby Gap op de eerste verdieping zat! Wij blij, en hopelijk Melanie, Marcel en Oona ook. Want bij de Gap hebben ze dus wél superleuke kinderkleding!

Omdat we zo ruim in de tijd zaten, hebben we echt op ons gemak alle ‘laatste-avond-handelingen’ uit kunnen voeren. Auto leegruimen, koffers en handbagage in orde maken, vluchttijden checken. En natuurlijk nog een keer een mailtje naar het thuisfront. En nadat de foto’s en het bijbehorende stukje tekst over de Vulture Mine en de Castle Hot Springs Road in ons live reisverslag waren gezet, zat ook deze laatste dag er dan toch echt op.

 
© copyright  www.ontdek-amerika.nl
 
Dag 20 en 21 : maandag 16 en dinsdag 17 mei : scottsdale - gerwen

Gereden : 12 mijl

Natuurlijk is het fijn als de terugreis helemaal probleemloos verloopt. Maar ’t heeft wel één nadeel, je hebt dan namelijk helemaal niks waarover je kan schrijven in het reisverslag. Ik zal het dus maar eens heel kort houden, deze keer.

Op maandagochtend liep rond half 7 de wekker af in de Days Inn in Scottsdale, en op dinsdagmiddag om half 3 kropen we in ons eigen bedje in het Brabantse Gerwen. De tijd daar tussenin zijn we bezig geweest met: auto inpakken, ontbijten bij het motel, naar de Rental Car Return rijden, auto inleveren, met de shuttlebus naar de luchthaven, koffers inleveren, wachten….., boarden, vliegen naar Memphis, uitstappen, wachten….., boarden, vliegen naar Amsterdam, uitstappen, koffers ophalen, met de trein naar Eindhoven, in onze eigen auto met privéchauffeur Rob naar Gerwen, katjes aaien….. En daarna dus naar boven, waar ons eigen bed al op ons stond te wachten. Toen we twee uur later weer wakker werden was de jetlag bedwongen en zat onze vakantie er definitief op. En kon het aftellen naar onze volgende reis gaan beginnen.

 
tot slot

En die volgende reis…. die komt er heel wat sneller aan dan dat we zelf op dat moment beseften. Want we hebben zomaar spontaan besloten om dit jaar nóg een keer naar Amerika te gaan, naar de oostkust deze keer. Op 26 september vliegen we naar Washington DC, elf dagen later vliegen we vanaf Boston weer terug naar Nederland. Dat wordt echt een heel ander soort vakantie, we zijn benieuwd hoe ons dat zal gaan bevallen. Die nieuwe reis betekent wel dat ik nog even flink door heb moeten werken om dit reisverslag op tijd af te krijgen. Maar ’t is gelukt….. ik ben nu bezig met het allerlaatste stukje tekst en als het een beetje mee zit gaat alles deze week nog online. Een goede twee weken dus voordat we weer gaan vertrekken.

Hoe kijken we terug op onze elfde Amerika-reis? Nou, de uitspraak van de receptionist in Albuquerque: “It just looks like Christmas out there!” is wel een heel typerende. Want de sneeuw en de kou hebben toch wel een behoorlijke invloed gehad op onze vakantie. Al is dat niet overal een slechte invloed geweest, als het mooi weer zou zijn geweest dan hadden we nooit die prachtige Buckhorn Draw Pictographs gezien en dan zouden we waarschijnlijk ook geen tijd hebben gehad voor de Smoky Mountain Road en Stud Horse Point. En die behoren toch echt tot de hoogtepunten van deze reis. Andere hoogtepunten waren El Morro National Monument, Recapture Pocket en vooral ook de Fallen Roof Ruin. En dan heb ik nog niet eens de hoodoos genoemd….. nog nooit hebben we tijdens één reis zo ongelooflijk veel hoodoos gezien! De een nog mooier dan de ander, we kunnen er echt geen genoeg van krijgen. De leukste verrassing van deze reis was dat we – tegen de verwachting in – de kleine Honeycomb Ruin hebben gevonden. Alleen die vermaledijde King of Wings…… we weten ongeveer waar die is maar helaas, ongeveer is niet goed genoeg…… Ach, zo blijft er toch nog iets te wensen over, en hebben we een hele goede reden om volgend jaar weer naar het zuidwesten te gaan. Maar, ik kondigde het al aan, eerst gaan we vreemd! Want het noordoosten is voor ons echt nog een onbekend gebied, we hopen hier dan ook weer heel wat “ontdek-amerika” in de praktijk te gaan brengen.

 

 
All pictures © copyright hanz en henriëtte meulenbroeks
Gastenboek
Links Contact Disclaimer