Home Nationale ParkenBezienswaardighedenUpdate
Reisverslag 2012 ~ week 1
Week 1 Week 2 Week 3 Foto's Gastenboek All pictures and text © copyright hanz & henriëtte meulenbroeks
 
Inleiding

April is een mooie maand om naar het zuidwesten van de USA te gaan; niet te koud, niet te warm, en meestal valt er maar nauwelijks neerslag. Behalve dan in 2010 en 2011, toen het beide keren veel kouder was dan normaal. We hebben toen zelfs te maken gehad met een aantal flinke sneeuwbuien! Vandaar dus dat we besloten om onze nieuwe reis net iets later in het jaar te plannen, 19 mei leek ons wel een  mooie vertrekdatum. Dat had als bijkomend voordeel dat de staat Colorado nu ook in beeld kwam, normaal gesproken ligt daar in de maand april nog te veel sneeuw maar de maand mei…. hmmm dat bood nieuwe perspectieven. Op 15 december werden de tickets naar Denver geboekt, bij Icelandair deze keer. En vanaf dat moment konden dus volop aan de gang met het plannen van onze dertiende rondreis door een mooi stukje Amerika.

Tijdens onze voorbereidingen stuitte Hans op een schitterende foto van de Crystal Mill nabij het bergdorpje Marble, in Colorado. Zijn fotografenhart ging onmiddellijk flink wat sneller kloppen, de Crystal Mill kwam direct prominent bovenaan op ons prioriteitenlijstje te staan. Alleen, hoe konden we er komen? De Crystal Mill ligt - zo lazen we op internet – aan een moeilijk begaanbare dirtroad die over het algemeen pas eind mei of begin juni opengaat. Het was dus twijfelachtig of dit voor ons haalbaar zou zijn. We namen contact op met het bedrijf Crystal Mill Jeep Tours; eigenaar Smitty gaf ons het advies om kort voor onze vertrekdatum te bellen, zodat we helemaal up-to-date zouden zijn aangaande de conditie van de weg. En op 14 mei, vijf dagen voor het begin van onze vakantie, kregen we het goede nieuws te horen: de weg was begaanbaar, en wij kregen de eer om op 20 mei het zomerseizoen voor de Crystal Mill Jeep Tours te openen!

De route
Dag 1 :  Gerwen – Schiphol – IJsland – Denver
Dag 2 :  Denver – Rifle Falls State Park – Crystal Mill – Glenwood Springs
Dag 3 :  Glenwood Springs – South Shale Ridge – Colorado NM – Fruita
Dag 4 :  Fruita – Sego Canyon – Secret Spire – Green River
Dag 5 :  Green River – Crack Canyon – Little Wild Horse Canyon – Black Dragon – Head of Sinbad – Wellington
Dag 6 :  Wellington – Nine Mile Canyon – Rochester Panel – Marysvale
Dag 7 :  Marysvale – Bullion Falls – Losee Canyon – Red Hollow – Kanab
Dag 8 :  Kanab – Edmaiers Secret – the Nautilus – Panguitch
Dag 9 :  Panguitch – Bryce Canyon NP – Escalante
Dag 10 :  Escalante – Broken Bow Arch – Escalante
Dag 11 :  Escalante – Aetschi Baetschi – Capitol Reef NP – Torrey
Dag 12 :  Torrey – Leprechaun Canyon – Cleopatra Panel – The Tower House – Blanding
Dag 13 :  Blanding – Moon House Anasazi Ruin – Blanding
Dag 14 :  Blanding – Monarch Cave Anasazi Ruin – Wolfman Petroglyph – Farmington
Dag 15 :  Farmington – the Main Panel – 44 Panel – Silverton
Dag 16 :  Silverton – Yankee Girl Mine – Black Canyon of the Gunnison NP – Montrose
Dag 17 :  Montrose – Garden of the Gods SP – Manitou Springs
Dag 18 :  Manitou Springs – Calhan Paint Mines – Air Force Academy Chapel – Estes Park
Dag 19 :  Estes Park – Rocky Mountains NP – Estes Park
Dag 20 :  Estes Park – Colorado State Capitol - Denver
Dag 21 :  Denver – IJsland – Schiphol – Gerwen

 
Dag 1 : zaterdag 19 mei : gerwen - schiphol - IJsland - Denver

Omdat onze vlucht naar IJsland pas om 2 uur ’s middags vertrok, hoefden we deze keer niet de avond van te voren al naar Schiphol te gaan. Natuurlijk rekende ik bij onze vertrektijd thuis nog wel een uurtje extra ‘voor als er een file zou staan’. Die file stond er niet, dus het was pas 10 uur toen Rob en Elina ons op Schiphol afleverden. Ach, we vermaakten ons wel een uurtje met ‘mensen kijken’ daar op Schiphol, altijd leuk!

Precies om 11 uur ging de balie van Icelandair open, de vrouw die onze boarding passes uit moest printen was blijkbaar nog niet goed wakker want ze scheurde niet – zoals de bedoeling was – twee vers geprinte boarding passes los van elkaar, nee, ze scheurde één van de passen per ongeluk doormidden! Een gescheurd exemplaar kon ze ons natuurlijk niet meegeven, er moest dus een nieuwe pas worden geprint. Helaas dacht de computer daar anders over, die weigerde pertinent om de taak ‘print boarding passes’ nog eens uit te voeren. Er werd een collega bijgehaald, en die gaf het advies om de computer opnieuw op te starten. Maar de werkweigering van het apparaat was zeer hardnekkig, ook in ‘opnieuw opstarten’ had het geen zin. We waren blij dat we dankzij onze vroege aankomst bij het inchecken helemaal vooraan in de rij stonden, we hadden nog meer dan tijd genoeg. We konden dan ook rustig toekijken hoe de medewerkster van Icelandair – zichtbaar geïrriteerd - naar een oplossing zocht. Die oplossing bleek de computer van haar collega te zijn, die was wel bereid om onze passen uit te printen.

Ons tweede korte oponthoud vond plaats bij de veiligheidscontrole. De security officer was zeer geïnteresseerd in Hans z’n fototas; het fototoestel, de lenzen en alle kleine vakjes (en dat zijn er heel wat!) werden uitgebreid bekeken. Dat ging heel gemoedelijk hoor, de dame wenste ons na afloop van de controle nog een goede reis en we konden verder lopen naar de gate. Waar we tot de ontdekking kwamen dat onze vlucht was vertraagd. Niet zo handig, want we hadden best een korte overstaptijd op IJsland.

Uiteindelijk landden we een half uurtje later dan gepland op Keflavik, de luchthaven van IJsland. We vonden het wel jammer dat die luchthaven zo dicht bij de kust lag, we hadden graag een stukje van het IJslandse landschap van bovenaf willen bekijken. Maar dat zat er dus niet in…. Bij de douane stond best een lange rij mensen, en het ging maar heel langzaam vooruit. Een medewerker van het vliegveld dirigeerde ons – na het zien van ons Nederlandse paspoort – naar een nieuwe (korte!) rij bij een hokje dat net open ging. Wat ons paspoort ermee te maken had weten we niet, maar we vonden het wel handig, uiteraard. Het was daarna nog maar een klein stukje lopen naar de gate vanwaar onze tweede vlucht zou vertrekken; en al snel mochten we aan boord gaan van de Snæfell, het toestel dat ons van IJsland naar Denver zou gaan brengen. We vroegen ons wel enigszins ongerust af of onze koffers de korte overstap ook zouden hebben gehaald. En ja hoor, onze vraag werd direct beantwoord want op het moment dat we naar het vliegtuig liepen zagen we twee mooie zwarte tassen met hun opvallende oranje band erom heen via de bagageband het bagageruim in hobbelen. Kijk, dat was toch een mooie geruststelling.

Het viel ons op dat het zo stil was in het vliegtuig. Normaal gesproken hoor je altijd mensen praten en lachen, maar deze keer hadden we uitzonderlijk stille medepassagiers. Het was trouwens sowieso wat rustiger omdat de stewards en stewardessen veel minder vaak langskomen dan hun KLM- of United Airlines-collega’s, dus dat scheelde ook. Naast mij zat een vrouw met een koptelefoon op naar het tv-schermpje in de stoel voor haar te kijken, maar – zo bleek – het geluid werkte slecht. Ze riep de hulp in van een steward en beklaagde zich er over dat ze de dialogen niet kon verstaan. Tja, net op dat moment kropen de hoofdpersonen van de film die zij aan het kijken was gezellig samen in bed voor een vurige seksscene, en was er duidelijk géén sprake meer van diepzinnige dialogen. “Oh, this I understand!”  liet mijn buurvrouw aan de steward weten. Lachen!

Zonder verdere bijzonderheden landden we omstreeks 7 uur  ’s avonds op het vliegveld van Denver. De formaliteiten daar verliepen heel vlot, dus al snel stonden we – compleet met onze netjes gearriveerde bagage – bij het autoverhuurbedrijf Dollar. Op dat moment begon de vermoeidheid toch wel flink toe te slaan, we waren immers al heel wat uren onderweg. Het was dan ook best vervelend dat we juist daar, net toen we dachten dat we de lange reis bijna achter de rug hadden, veel langer moest wachten dan we bij het binnenkomen hadden ingeschat. De medewerker van Dollar probeerde ons op een erg opdringerige en leugenachtige manier allerlei onnodige verzekeringen aan te smeren, ik kan niet anders zeggen dan dit een bijzonder onprettige ervaring was. Maar enfin, uiteindelijk stond er dan toch een mooie Jeep Grand Cherokee, met goede banden, een krik, vierwielaandrijving en maar weinig mijlen op de teller, voor ons klaar. We hebben ons maar snel over onze ergernis over de irritante medewerker van Dollar heen gezet, en zijn direct naar ons motel gereden. Even een emailtje naar het thuisfront, douchen, en daarna snel naar bed. Want daar waren we nu toch wel echt aan toe.
 
Dag 2 : zondag 20 mei : denver - rifle falls state park - crystal mill - glenwood springs

Gereden :   324 mijl

Copyright © www.ontdek-amerika.nlIn zo’n beetje elk reisverslag schrijf ik dat we op de dag na aankomst heel erg vroeg wakker zijn. Laat ik die traditie ook nu maar in ere houden:  vanaf een uur of twee uur was er geen sprake meer van lekker slapen, maar van slapen – wakker worden – op de wekker kijken – weer inslapen – wakker worden – op de wekker kijken… en de rest kan je vast zelf wel invullen. Zo rond half 5 lukte opnieuw inslapen echt niet meer, en zijn we maar opgestaan. Even later kwamen we er ook nog eens achter dat de wekker op de motelkamer de verkeerde tijd aangaf, het was zelfs nog 20 minuten vroeger dan we dachten! Enfin, om 6 uur zaten we al in de auto, op weg naar de vlakbij gelegen Walmart. Waar we – en ook dat is traditie – onze stoelen, koelbox en andere benodigdheden kochten.

Via Interstate 70 reden we in westelijke richting door een steeds veranderend landschap. Veel bomen, uiteraard, maar zowaar ook wat rode rotsen. Die hadden we hier in Colorado nog niet verwacht. ’t Was best nog koud buiten, maar, zoals Hans zei, van die rode rotsen kreeg ie toch best al ’n warm gevoel! Ook het deel van de route dat door Glenwood Canyon liep, een kloof met prachtige gelaagde rotsen en met een rivier direct naast de weg, konden wij zeker appreciëren.

Het nadeel van onze jetlag-vertrektijd bij het motel was dat we echt nog veel te vroeg waren om al naar Marble te rijden, we wilden daarom graag even iets korts tussendoor te doen. En dat werd dus Rifle Falls State Park, we moesten er nu weliswaar een flink eind voor omrijden maar die extra mijlen wonnen we dan op onze rit van morgen deels weer terug. Rifle Falls is een heel klein park dat eigenlijk maar één bezienswaardigheid kent: drie kleine, vlak naast elkaar gelegen watervallen. Met aan de voet ervan stenen die met weelderig gras zijn begroeid, en vóór de watervallen een smal, kabbelend beekje. Watervallen, gras en beekje vormen samen een idyllisch plaatje, het was dus een hele leuke plek om onze fototoestellen in de juiste vakantiestemming te laten komen.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlTijdens het fotograferen moesten we (lees: moest ik) wel steeds de tijd goed in de gaten houden. We wilden immers niet te laat zijn voor onze afspraak met Smitty van Crystal Mill Jeep Tours. Maar ja, als Hans aan het fotograferen slaat dan schiet daar al gauw flink wat tijd in, ik moest ‘m op gegeven moment zelfs een beetje pushen: "Opschieten jij, anders hebben we geen tijd meer om nog even te picknicken….”  Toen hij dan toch uiteindelijk zijn laatste foto’s van de watervallen had gemaakt, zijn we naar de picknickplaats gelopen. Voor ons eerste French bread, smoked ham en lettuce van deze vakantie. De toiletten die bij de picknickplaats stonden waren op zich wel schoon, maar gatver….. al die vliegen en mieren daarbinnen……. Dat was even slikken en vervolgens toch maar even gaan, want ik wist natuurlijk niet wanneer ik weer ergens een toilet tegen zou komen.

Via een mooie bergroute reden we naar Marble, waar we kennis maakten met Glenn Smith (zeg maar Smitty) en zijn vrouw Patsy. En met de door Smitty gerestaureerde Willy’s Jeep van bouwjaar 1954, waarmee hij ons naar de Crystal Mill zou brengen. Het was een open Jeep, voor de zekerheid namen we een vest mee (de wind was nog wat koud) maar ook zonnebrandcrème (want de zon was ook al goed te voelen). Met een vol-verwachting-klopt-ons-hart-gevoel begonnen we aan de rit, we waren heel benieuwd wat ons te wachten stond.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlWaarom Marble Marble heet werd al snel duidelijk, overal in het dorp zagen we marmeren beelden staan. Smitty vertelde ons dat die zijn gemaakt van marmer dat hier uit de bergen afkomstig is, dit gebied is een van de grootste marmer-leveranciers ter wereld. Ook het beeld van Abraham Lincoln, dat we vorig jaar tijdens ons bezoek aan Washington DC hadden gezien, is gemaakt van Marble-marmer. Net zoals het graf van de onbekende soldaat op Arlington Cemetery.

Al snel lieten we het kleine Marble achter ons, en draaiden we een dirtroad op. Nou zeg, daarvoor hadden we geen tour hoeven te boeken, die dirtroad hadden we makkelijk met onze eigen Jeep kunnen rijden. Dachten we…. Niet veel later veranderde de kwaliteit van het wegdek en daarmee ook onze gedachten….. er zaten nu zoveel gaten en er lagen zo veel flinke keien, dat zelfs de stoere Jeep van Smitty alleen nog met een slakkengangetje verder kon. Kwam Smitty daarna ook nog met een quasi nonchalante vraag: “O ja, ik moet jullie nog wel vragen of jullie  hoogtevrees hebben….”, om vervolgens meteen via een steil stukje, met een afgrond ernaast, naar beneden te rijden. “Nee hoor Smitty, we hebben geen hoogtevrees...”

Copyright © www.ontdek-amerika.nlAl hobbelend en al schuddend zijn we door het mooie Colorado-landschap verder gereden. We zagen diverse watervallen, met namen die niet heel erg Coloradiaans aandeden. Want zeg nou zelf, wie verwacht hier nu de Milwaukee Falls, de New York Falls of de Chicago Falls? We zagen wat afgelegen cabins staan, sommigen ervan werden zelfs nog bewoond, en we reden ook langs de restanten van een mijn die ooit had toebehoord aan The Black Widow. Met deze dame, die de mijn zo’n honderd jaar geleden van haar man had geërfd, kon je beter maar geen ruzie krijgen, zo vertelde Smitty. De beheerder van de mijn was door haar betrapt toen hij met een muilezel-karavaan de opbrengsten van de mijn probeerde weg te voeren; The Black Widow schoot eerst vier van de muilezels dood en toen dat niet afdoende bleek richtte zij het vuur op de beheerder zelf. Het kostte hem een oor en twee vingers.

Met dit soort smeuiïge verhalen als entertainment ging de rit lekker vlot, en voor we het wisten waren we ineens op de plek van bestemming aangeland. Daar was ie: de Crystal Mill! En zo’n moment is toch altijd weer even heel speciaal, als je zomaar in het echt iets voor je ziet wat je al zo vaak vanaf foto’s hebt bewonderd. Smitty zette z’n Jeep aan de kant, en gaf ons ruimschoots de gelegenheid om onze eigen foto’s te maken. Uiteraard was hij ook nu weer een gedreven geschiedenisonderwijzer, en we zullen hier netjes even laten weten wat we zoal van hem hebben opgestoken. De Crystal Mill dateert uit 1892 en bestond oorspronkelijk uit twee bouwwerken, The Power House en de Stamp Mill. Er was ook een dam over de rivier aangelegd waardoor het water de verticale schacht van The Power House werd ingesluisd. Met het water werd via een horizontaal waterrad een enorme luchtcompressor aangedreven, die diende om de naastgelegen Stamp Mill en machines in nabijgelegen mijnen van energie te voorzien. In de Stamp Mill werd het ijzererts dat in de mijnen werd gewonnen fijngestampt, dit heeft geduurd tot het jaar 1917. De Stamp Mill bestaat al lang niet meer, maar The Power House dus wel: dat is het gebouw dat op de foto’s te zien is.

Na onze fotosessie reden we nog een heel klein stukje verder, naar het spookstadje Crystal City. Waar van 1880 tot 1920 de mijnwerkers en hun families hebben gewoond. Jarenlang is het plaatsje verlaten geweest, maar geruime tijd geleden is het door vijf families weer in gebruik genomen als zomerverblijfplaats. Echt een spookstadje is het dus niet meer. Er stonden nog wel enkele verlaten, dichtgetimmerde huisjes, maar heel erg boeiend was ’t allemaal niet. We hadden hier dan ook heel wat minder tijd nodig voor onze foto’s dan bij de Crystal Mill zelf.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlWe hobbelden weer terug naar Marble. Onderweg kwam ons, net op een heel smal gedeelte, een tegenligger tegemoet. We moesten een stuk achteruit rijden tot aan een breder weggedeelte, ach Smitty had er duidelijk ervaring mee dus dat was geen probleem. Het was daarna wel bijzonder grappig om te zien hoe ontzettend de hoofden van de passagiers in de tegemoetkomende Jeep op en neer schudden. Het waren net van die poppetjes die men vroeger wel eens in de auto op het dashboard had staan, je weet wel, die hondjes met losse koppen die voortdurend op en neer bewegen. Uiteraard moeten wij er voor de mensen in die Jeep precies hetzelfde hebben uitgezien…. Smitty vertelde met een big smile dat hij de zitplaatsen achter in zijn Jeep de Shudderhead Seats noemde.

In Marble namen we afscheid van Smitty. We moesten hem nog beloven dat we het hem zouden laten weten als onze foto’s online stonden, en dat deden we uiteraard graag. Daarna reden we via de heerlijke mooie gladde highway 133 terug naar Glenwood Springs, onderweg maakten we nog een korte stop bij de Redstone Coke Ovens. Dat was een hele serie Charcoal Kilns (houtskoolovens), zoals we die eerder ooit in Death Valley National Park hadden gezien. Sommige van die ovens waren grotendeels vervallen, anderen waren helemaal gerestaureerd. Leuk om zo het verschil te zien.

Toen we Glenwood Springs bereikten, waren we behoorlijk gaar. Niet gek natuurlijk, na de lange reisdag van gisteren, de korte nachtrust, en met vandaag ook alweer een paar honderd mijl achter de rug. Waarvan de 8 mijlen in Smitty’s Jeep natuurlijk nog eens extra hard hadden aangetikt. We gingen naar een Chinees Restaurant, waar we kip met broccoli en rijst bestelden. En een diet Coke, natuurlijk. “Is Pepsi okay?” vroeg de serveerster. Nou ja, eigenlijk niet, maar we vermoedden dat we geen keus hadden dus zeiden we toch maar ja. Die Pepsi-vraag krijgen we trouwens wel vaker hier in Amerika, maar nog nooit is ons gevraagd of Coca Cola okay is! Vreemd, vond Hans. De verklaring was overigens heel erg simpel, Coke is de populaire benaming voor Coca Cola dus in feite vragen we ook (onbewust) echt om dát merk. En mogen ze dus niet zomaar een ander merk geven. Terwijl we op ons eten zaten te wachten, zag Hans dat andere gasten om een zakje vroegen om het restant van hun maaltijd in mee te kunnen nemen. “Hé, die mensen vragen om een Body Bag”, liet hij me weten. Meteen besefte hij dat er iets niet klopte… “nou ja, hopelijk is het eten niet zó slecht!” En nee hoor, zo slecht was het zeker niet, het was zelfs erg lekker. We hadden dan ook geen Doggy Bag nodig, want onze bordjes waren netjes leeg.

Eenmaal in ons motel heb ik gedoucht, en daarna ben ik met mijn E-reader op bed gaan liggen. Volgens mij sliep ik al voordat ik bij pagina 4 was, het kan ook pagina 3 zijn geweest! Hans hield het iets langer vol, want die kon natuurlijk niet gaan slapen voordat de eerste foto’s van ons live reisverslag online stonden.
 
Copyright © www.ontdek-amerika.nl
 

Dag 3 : maandag 21 mei : glenwood springs - south shale ridge - colorado nm - fruita

Gereden :    216 mijl

Zijn we eindelijk een keer in Colorado, en wat doen we? Ja hoor, we gaan rotsformaties opzoeken die ons vooral heel erg aan Utah en New Mexico doen denken! Het gebied dat we op het oog hadden heette de South Shale Ridge; we verlieten de Interstate bij het plaatsje De Beque, en al gauw stonden we aan het begin van de geplande dirtroad. Nou, in vergelijking met de dirtroad van gisteren, naar de Crystal Mill, leek dit meer op een heuse Interstate: breed, vlak, en met hooguit een paar kiezelstenen op het wegdek. Een makkie dus.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlWe hadden vier waypoints waarmee we de voornaamste bezienswaardigheden zouden kunnen vinden,  de eerste twee plekken lagen wat vooraan in de route, de laatste twee lagen een behoorlijk eind verder. Kort voordat we de eerste stopplaats naderden, begon het landschap wat rotsachtig en in onze ogen dus interessant te worden. Maar de hoopvolle verwachting werd zeker niet waargemaakt, de rotsformaties die we aantroffen waren in geen enkel opzicht bijzonder. Hans heeft nog wel een korte verkenningstocht ondernomen, in de hoop dat er net wat verderop wel iets moois te vinden zou zijn, maar helaas…. De tweede stopplaats lag maar een heel klein stukje verder, vanuit de auto gezien leek het daar ook niet echt geweldig dus we besloten om verder te rijden; als we op de terugweg nog inspiratie hadden konden er alsnog even uitstappen.

We reden nu weer van de rotswand weg, meer het open veld in. Het was een behoorlijk groene omgeving, en we waren dan ook niet verbaasd toen we op gegeven moment een grote kudde koeien aantroffen. We rijden tijdens onze vakanties vaak door een zogenaamde Open Range, koeien op de weg zijn voor ons dus een welbekend verschijnsel. Meestal gaan die beesten netjes aan de kant als je er stapvoets langs af rijdt. Maar deze koeien dus niet…. of, beter gezegd, Papa Stier had het nogal druk met zijn harem en het leek ons geen goed idee om hem tijdens zijn amoureuze bezigheden te storen…… En daar stonden we dus, in the middle of nowhere, en we konden geen kant meer op. Want we waren inmiddels helemaal door al die koeienbeesten omsingeld!

Copyright © www.ontdek-amerika.nlNa lang wachten zagen we eindelijk hoe de stier en de koeien langzaam aan naar de berm sjokten, en heel voorzichtig zijn we er langs af gereden. Niet veel later werd de weg over een korte afstand heel erg smal, links van ons zat een rotswand en rechts een kleine afgrond. Niks spannends, het bleef allemaal heel eenvoudig begaanbaar. Behalve dan dat net dáár een stuk of vijf koeien onze kant uitkwamen. En dat vond ik toch best wel eng, we moesten hier zo dicht langs de koeien af dat ik bang was dat er eentje paniekerig zou reageren en met de hoeven de auto zou beschadigen. De meeste ‘dit kan er allemaal fout gaan’-scenario’s die zich spontaan bij mij aandienen komen gelukkig niet uit, dus ook deze niet. De koeien liepen een beetje schrikachtig maar verder heel braaf langs onze auto af, en we konden weer verder.

Niet lang daarna bereikten we ons doel, de kleine grillige rotsformaties die daar direct naast de dirtroad liggen. ’t Was hier weliswaar mooier dan bij die eerste stopplaats, maar om nou te zeggen dat we hier in extase rond stonden te kijken, nee, dat zeker niet. Er zat weinig kleur in de rotsen, er was weinig variatie, met een beetje goede wil konden we het indelen in de categorie ‘best aardig’ maar daar hield het dan toch ook echt mee op. Je kan het uiteraard ook benoemen als “Hans en Henriëtte zijn gruwelijk verwend met al het moois dat ze al tijdens hun eerdere reizen hebben gezien, en dit is nou niet mooi genoeg meer voor ze!” Laten we het maar daarop houden.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlDe terugweg ging vlotter dan de heenweg, met dank aan de koeien die deze keer níet de weg versperden. We maakten nog een korte stop bij de plek die we op de heenweg hadden overgeslagen, er zat hier wel meer kleur in de rotsen maar er waren geen blikvangers die graag op de foto wilden. Deze stop heeft dan ook niet langer geduurd dan een minuut of 10. De lange rit zat er nu bijna op, sinds het moment dat we de dirtroad waren opgereden was er zo’n 3½ uur verstreken en het plaatsje De Beque begon bijna weer in zicht te komen. En toen klonk er een kort, maar wel luid en duidelijk “Pingggg….” vanuit het dashboard van de auto. Huh, wat was dat? “Volgens mij hebben we een lekke band” was Hans z’n droge commentaar. Hij zette de auto stil, stapte uit, en al snel kwam hij terug met de mededeling dat onze linker achterband wat slapper was dan de andere banden. Er zat nog wel lucht in, een stukje rijden zou zeker nog wel lukken. Ik was echt helemaal verbaasd, we hadden onderweg nog tegen elkaar gezegd dat de route zo ontzettend eenvoudig begaanbaar was. Lekke banden, zoiets verwacht je op de Smoky Mountain Road of op de Shafer Trail. Maar niet hier!

Maar de band was dus wel écht lek. We haalden nog net de parkeerplaats van een winkeltje in De Beque, maar vanaf dat moment konden we dus echt niet meer verder rijden. De winkelierster en een klant wisten ons te vertellen dat er in De Beque geen Tyre Center te vinden was, ’t was ook wel erg optimistisch van ons om zo’n vraag in een dergelijk gehucht te stellen. Hans moest dus zelf aan de slag, net zoals drie jaar geleden toen we op de Smoky Mountain Road een lekke band hadden gereden. Toen bleek het vooral erg lastig te zijn om de reserveband, die onder de auto hing, los te maken. Maar dat probleem hadden we deze keer gelukkig niet, de reserveband van onze Jeep lag netjes onder in de kofferbak en dat was toch echt heel wat makkelijker. Het karwei was dan ook zo geklaard!

Copyright © www.ontdek-amerika.nlMaar we hadden natuurlijk nog wél een probleem…  dit was pas dag twee van onze vakantie en uiteraard hadden we nog allerlei dirtroad-ideeën in ons hoofd voor de komende twee-en-halve week. Met meteen voor morgen al een echte klapper, de behoorlijk lastige dirtroad naar Rattlesnake Canyon. Zonder reserveband konden we deze route absoluut vergeten! We gingen daarom direct op zoek naar een Tyre Center, en dat vonden we in de plaats Grand Junction. Het was er druk zeg…. we zagen een heel stel monteurs rondlopen die allemaal druk bezig waren, en op de parkeerplaats stonden ook nog veel auto’s. O jee, dit kon best wel eens een tijdrovende kwestie gaan worden! Ook bij de balie was het druk, maar het schoot gelukkig wel goed op dus we waren toch best snel aan de beurt. De jongeman die ons te woord stond liep even mee naar buiten om de kapotte band te bekijken. Toen hij al het zand op de achterzijde van de auto zag informeerde hij heel belangstellend of dat Utah-zand was dat wij mee naar Colorado hadden genomen. Nee hoor, ook in Colorado lukt het ons om de auto smerig te krijgen! We deden de achterklep open met de bedoeling de kapotte band te laten zien, maar dat was – met een hele stapel bagage er bovenop – makkelijker gezegd dan gedaan. Geen probleem, verzekerde de Tyre Center medewerker ons, de monteur zou de tassen er straks wel even uithalen en de band bekijken. Kijk da’s nog eens service!

Copyright © www.ontdek-amerika.nlDe reparatie zou een half uur duren, en ook dat viel ons heel erg mee. We hebben dat halve uur benut door gauw even een hapje te gaan eten, het was immers al 2 uur en onze gebruikelijke picknick was er bij ingeschoten. Vlak bij het Tyre Center zagen we een fastfood-restaurant, Sonic heette het. De deur aan de voorzijde leek toegang te geven tot een keuken, niet tot een zitgedeelte. We liepen daarom maar even om het gebouw heen, in de verwachting aan de andere zijde wel een ingang te zullen vinden. Maar nee hoor, er was niets wat daarop leek! Bleek dat je alleen aan de buitenzijde, via praatpalen, een bestelling kon plaatsen. Waarna een medewerker op roller skates je eten naar de auto of naar het terrasje kwam brengen. Dat was weer een nieuwe ervaring voor ons, eentje die nadrukkelijk het predikaat This is America! verdiende. Gelukkig konden we op het terrasje lekker in de schaduw zitten, en het broodje kip dat we via de praatpaal hadden besteld smaakte prima.

Bij het Tyre Center was onze achterband inmiddels gerepareerd en weer onder de auto gelegd. De bagage lag ook weer netjes op z’n plek, dus wij waren dik tevreden met dit bedrijf. De monteur gaf de autosleutel terug, vertelde nog even dat het lekke-band-lampje op het dashboard weliswaar nog aan was en dat dat pas na enkele mijlen weer zou resetten, en hij wenste ons een goede reis. Nu wilden we toch echt niet zonder te betalen wegrijden, dus we lieten hem netjes weten dat we nog geen rekening hadden gehad. Geen probleem, zei de monteur, de rekening gaat naar Dollar! We hadden de schade niet eens bij Dollar gemeld, dit was dan ook een onverwachte meevaller. Al waren we wel benieuwd of we – vanwege dat niet melden – van Dollar achteraf nog een rekening nagestuurd zouden krijgen.

Ik ben drie weken ouder dan Hans. En dat wordt mij elk jaar op mijn verjaardag wel even flink ingewreven…. Hans heeft dan altijd erg veel ‘medelijden’ met me omdat ik al zo oud ben! Hij had dus helemaal lol toen iemand mij vorig jaar vroeg of ik een Senior Citizen Pass wilde hebben… Deze keer was het de man die bij de ingang van Colorado National Monument het entreegeld incasseerde die diezelfde vraag stelde, maar nu was Hans het slachtoffer. Ha… gerechtigheid!

Het was erg rustig in het park, bij elk van de viewpoints stonden hooguit twee of drie auto’s en we konden dan ook overal lekker ongestoord onze foto’s maken en van het uitzicht genieten. Heel relaxed hebben we zo de complete route gereden. Wandelingen hebben we niet gemaakt. Omdat het erg warm was, en omdat we vanwege de lekke band toch wat later in het park waren aangekomen dan we van te voren hadden verwacht. De tijd vloog voorbij terwijl we zo bezig waren, en toen we zo’n beetje alle viewpoints hadden bekeken was het dan ook echt tijd om naar ons motel in Fruita te gaan.

Natuurlijk keken we daar nog even naar de weersvoorspelling voor morgen. En, wat we eigenlijk al een beetje vreesden, het zou warm gaan worden, erg warm! Vrij abrupt besloten we om onze plannen te wijzigen, we zagen het niet zitten om in die hitte de zware tocht naar Rattlesnake Canyon te ondernemen. Een prima beslissing, we stonden er allebei volledig achter.
 
Dag 4 : dinsdag 22 mei : fruita - sego canyon - secret Spire - green river

Gereden :    232 mijl

Copyright © www.ontdek-amerika.nlWij wonen dicht bij Eindhoven. En da’s handig, want daar vind elk jaar een graffiti-festival plaats; we vinden het geweldig mooi om daar foto’s van te maken! Maar niet alleen de hedendaagse graffiti-artiesten kunnen er wat van, ook de Native Americans die vroeger in het zuidwesten van Amerika leefden hebben heel wat muurtekeningen gemaakt. Leuk, want nu kunnen wij ook tijdens de vakantie lekker aan de gang blijven met het fotograferen van ‘graffiti’. Voor vandaag hadden we de Sego Canyon Pictograph Panels op het oog.

Sego Canyon ligt op zo’n 25 mijl ten oosten van Green River, en is heel makkelijk te bereiken. Gewoon, lekker simpel, via een verharde weg. De Pictograph Panels staan op een van de rotswanden direct naast de weg; het zijn er drie, allemaal uit verschillende periodes. Op het eerste panel zagen we mensen (blanke mensen, volgens onze informatie), paarden, bizons en schilden staan. Helaas zijn de tekeningen later bekrast, heel erg mooi was dit panel dan ook niet meer. Maar het werd al snel beter….. op het tweede panel stonden echt hele mooie plaatjes. Dit was, zo stond er op een informatiebord te lezen, een Fremont Style Panel. Herkenbaar aan de driehoekig gevormde mensachtige figuren. Bij het derde panel werden we helemaal enthousiast, wat was dit mooi zeg! We herkenden de Barrier Style die we eerder bij The Great Gallery in Horseshoe Canyon hadden gezien, dit soort mummie-achtige figuren vinden we echt prachtig om te bekijken.

Natuurlijk hebben we ons niet alleen beperkt tot de bekende panels, ook aan de overkant van de weg bleken allerlei tekeningen op de rotswand te staan. Wel beschadigd, helaas, er was overheen gekladderd en er zaten ook kogelgaten in. Maar toch was het ook hier echt genieten, het is gewoon hartstikke leuk om zo langs die wanden af te lopen en steeds nieuwe plaatjes te ontdekken. We zijn nog een stukje een wat smallere canyon in gelopen, maar daar vonden we niets meer. Tijd dus om terug te gaan naar de auto, en nog wat verder Sego Canyon in te rijden.

 
Copyright © www.ontdek-amerika.nl Copyright © www.ontdek-amerika.nl Copyright © www.ontdek-amerika.nl
 
Kort voorbij de Pictograph Panels liggen de restanten van het mijnwerkersplaatsje Sego. Op internet hadden we foto’s gezien van één aardig uitziend gebouw, de rest van deze ghost town leek niet echt de moeite waard te zijn. En we hadden ook nog een meer recente foto gezien van datzelfde gebouw, maar nu helemaal ingestort. We wisten dus al bij voorbaat dat Sego ghost town niet heel boeiend zou zijn, en dat bleek helemaal te kloppen. Toch vonden we het leuk om er even wat rond te lopen, en daarna nog wat verder de groen begroeide canyon in te rijden. Er was niets speciaals te zien onderweg, na een poosje besloten we dan ook om weer om te keren.
 
Copyright © www.ontdek-amerika.nl
 

Ons tweede doel van vandaag was Secret Spire, een grote, eenzame rotspilaar. Maar omdat we vanmorgen al heel vroeg uit Fruita waren vertrokken (dat krijg je als je allebei al om half 5 klaarwakker bent!) hadden we tjid genoeg om daarvoor nog iets anders te ondernemen. We kozen voor de korte hike naar Funnel Arch, in Moab. Terwijl we naar Moab reden kreeg Hans flink last van de keelpijn die hem al een paar dagen parten speelde. En tegelijkertijd kreeg hij heel veel zin in zo’n lekker koud softijsje van de McDonalds. We zijn dus maar rechtstreeks naar de Mac gereden, waar we vervolgens te horen kregen dat de ijsmachine stuk was. Balen….. In de CityMarket hebben we daarna keelpastilles en hoestdrank gekocht, zodat we in elk geval steeds iets voorhanden zouden hebben als de keelpijn weer op zou spelen.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlDaarna zijn we dus naar de trailhead voor Funnel Arch gereden. Het was bloedheet, de temperatuurmeter in de auto wees 37° Celcius aan en da’s niet echt een lekkere temperatuur om te gaan hiken. En toen bleek ook nog eens dat de trail voor mij te moeilijk was, we zouden omhoog moeten klimmen via een erg steile helling en dat durfde ik niet aan. Jammer maar helaas, dit avontuur ging niet door.

Toen we bij de auto terugkwamen hadden we de GPS nog bij ons. Maar toen we weg wilden rijden, konden we dat ding nergens meer vinden. Wat stom, we wisten zeker dat het apparaat in of vlak bij de auto moest zijn, maar hoe we ook zochten – in alle vakjes, onder de stoelen, naast en onder de auto zelf – géén GPS te zien! Uiteindelijk bleek het heel ver onder een stoel terecht te zijn gekomen, pas bij de derde keer kijken vonden we ‘m. En da’s niet leuk hoor, als je zo in de hitte een dergelijke zoektocht moet ondernemen. Maar uiteindelijk waren we toch weer blij dat we mét GPS verder konden, dat ding is echt onmisbaar voor ons.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlNa een picknickpauze – in de schaduw, uiteraard – was het alweer tijd om Moab te verlaten. Dit moet toch echt wel zo’n beetje het kortste bezoek zijn geweest dat iemand ooit aan deze plaats heeft gebracht!! We reden naar highway 191, de weg die richting Canyonlands National Park gaat. Daar staan, direct naast de weg, enkele pictographs en petroglyphs op de rotswand. Niet heel spannend, maar als je er maar een paar meter voor hoeft te lopen dan is het zonde om het over te slaan, toch. Er stonden schapen in de wand gekrast, schapen met een bijna vierkant lijf met enigszins afgeronde hoeken. Wat iemand ooit op het idee heeft gebracht om deze petroglyphs TV-Sheep te noemen! Ook bij de Intestine Man was het volkomen duidelijk waaraan de naamgever heeft gedacht toen hij deze pictograph voor het eerst zag, het lijkt net of iemand een mannetje met ingewanden heeft getekend.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlEigenlijk waren we meer geïnteresseerd in de Snake in Mouth Pictograph Panel aan de overkant van de weg, alleen zouden we er wel flink wat meer moeite voor moeten doen om daar te kunnen komen. Want Snake in Mouth ligt ergens hoog op de rotswand in een alcove, er zou dus geklommen moeten worden. En het was er ondertussen echt niet koeler op geworden. Enfin, jullie voelen ‘m vast al wel aankomen, ik ben lekker beneden in de schaduw blijven zitten en Hans is alleen op pad gegaan. Om vervolgens veel langer weg te blijven dan we van te voren  hadden ingeschat…. van beneden uit was het niet altijd goed te zien hoe hij het beste naar boven kon klimmen, hij heeft dus verschillende routes uit moeten proberen voordat hij er uiteindelijk in slaagde om dicht genoeg bij de pictograph te komen. Wat een werk voor één foto! Maar, eerlijk is eerlijk, Snake in Mouth is een erg mooie pictograph en Hans was bijzonder content met het resultaat van zijn inspanningen.

Ondertussen was het toch echt wel tijd geworden om naar Secret Spire te rijden. Met dank aan onze onmisbare GPS was de juiste plek, ergens ver in het eenzame achterland, makkelijk te vinden. We parkeerden de auto op een slickrockplateau, troffen alle ‘we-gaan-hiken’-voorbereidingen, en daarna konden we op pad. Vanaf de parkeerplaats was Secret Spire nog niet te zien, maar al na een klein stukje lopen kwam de rotspilaar in beeld. Gek eigenlijk, één rots die daar helemaal in z’n eentje de erosie heeft weerstaan. Maar wel erg mooi om te zien, wij hebben er uiteraard ruimschoots de tijd voor genomen om Secret Spire te bewonderen en te fotograferen. ’t Was nog steeds flink warm, maar doordat er wat wind was opgestoken was het wel draaglijk. Al moest ik, als direct gevolg van diezelfde wind, nog even een klein maar erg warm sprintje trekken om mijn pet – die ineens van m’n hoofd afvloog – weer terug te krijgen. We hadden verwacht dat we tijdens deze trip geen andere mensen tegen zouden komen. Maar terwijl wij daar bij Secret Spire stonden kwamen er, onafhankelijk van elkaar, nog twee andere koppels aangelopen. Het was dan ook heel wat ‘drukker’ hier dan we vooraf hadden ingeschat.

We besloten om in Green River te gaan overnachten. Niet omdat dat een aantrekkelijke overnachtingsplaats is, integendeel zelfs, maar het lag wel veel gunstiger ten opzichte van onze morgenochtend-bestemming dan Moab. En nu maar hopen dat Hans zich fit genoeg zou voelen, de keelpastilles en hoestdrank waren deze avond even nét zo onmisbaar als onze GPS!
 
Dag 5 : woensdag 23 mei : crack canyon - little wild horse canyon - black dragon- head of sinbad - wellington

Gereden :    239 mijl

En gelukkig, na een goede nachtrust was hij weer helemaal fris en fruitig, en de inspiratie om naar Crack Canyon te gaan was volop aanwezig. Omdat het ook vandaag erg heet zou gaan worden zijn we vroeg op pad gegaan, om half 7 zaten we al in de auto en een klein uurtje later arriveerden we in opperbeste stemming bij de trailhead voor Crack Canyon. Want jee, wat is Utah toch mooi zeg. Iemand heeft ons ooit gevraagd of het niet went, steeds diezelfde landschappen. Ja, het went wel…. het is tijdens onze dertiende Amerika-reis natuurlijk wel veel ‘gewoner’ om hier rond te rijden dan dat het twintig jaar geleden was, toen we hier voor het eerst kwamen. Maar het verveelt echt nooit, we blijven er volop van genieten. Vandaar dus die opperbeste stemming, veroorzaakt door al dat moois dat we zo vroeg in de ochtend al voorbij hadden zien komen!

Copyright © www.ontdek-amerika.nlVolgens mij was het tweetal dat in een tentje op de parkeerplaats bij de trailhead nog lag te slapen minder blij met ons vroege tijdstip, de komst van onze auto maakte ze wakker. Echt charmant zag het er niet uit hoor, twee kerels met flodderige pyjama’s en verwarde haren die wazig kijkend hun tent uit kwamen kruipen. Maar ze hadden niet lang last van ons, want wij zijn uiteraard meteen op pad gegaan. Na ongeveer 20 minuten lopen bereikten we het begin van de canyon, we moesten daar in drie etappes een klein beetje omlaag klauteren, en dat ging heel eenvoudig. Behalve dan het laatste stukje, beneden ons zagen we een flinke plas water staan waar we in terecht zouden komen als we hier omlaag zouden gaan…. En nee, daar hadden we niet op gerekend, we hadden geen sandalen bij ons. Gelukkig zag Hans een andere mogelijkheid, even aan de rechterkant weer omhoog klimmen en daarna net voorbij de plas water weer afdalen…. het was prima te doen allemaal.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlCrack Canyon is een kloof die drie hele smalle gedeeltes heeft, daar tussenin is het wat breder. We bereikten nu al snel het eerste smalle stuk, dat wordt wel eens vergeleken met The Subway in Zion National Park. Nu vonden we dat een beetje te veel eer voor Crack Canyon, we hebben The Subway nooit zelf gedaan maar afgaande op de foto’s die we ervan hebben gezien is ’t toch echt wel meer indrukwekkend dan dit hele korte stukje Crack Canyon. Onze omschrijving klopte precies, na ‘the Subway’ kwam er een wat breder gedeelte en daar voorbij zagen we het tweede stukje slotcanyon al voor ons verschijnen. ’t Zag er veelbelovend uit, echt iets voor ons! Maar voordat we dat smalle gedeelte zouden kunnen gaan verkennen moesten we eerst nog een kleine hindernis overwinnen,  een afdaling die The Slide wordt genoemd. Volgens mijn informatie ziet die afdaling er lastiger uit dan dat ie daadwerkelijk is, je kan hier makkelijk omlaag en omhoog klimmen, zo stond er geschreven. Niets om me zorgen over te maken, dus.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlUhhh…… hoezo makkelijk??? Zelfs Hans stond heel zorgelijk naar de steile rotsglijbaan te kijken, waarover we ons zonder enige houvast naar beneden zouden moeten laten glijden. Nét te diep om het zomaar even te kunnen doen….  We hadden de indruk dat hier ooit een hulpmiddel heeft gestaan, een tak of een stapel stenen, om de afstand wat kleiner te maken. Wat hebben we lang staan twijfelen, daarboven. Zoekend naar manieren om hier naar beneden te kunnen. En, nog belangrijker, tegelijkertijd al vooruit denkend…. als we er al in zouden slagen om naar beneden te glijden, hoe zouden we dan straks weer boven kunnen komen?? Uiteindelijk was er maar één zinnige beslissing mogelijk: omdraaien! Wat ongelooflijk jammer was dit, het was echt een geval van nét niet…. het is dan zo verleidelijk om het toch te gaan proberen. Natuurlijk hebben we nog wel een foto gemaakt van het voor ons onbereikbare slotcanyongedeelte, zodat we hier in ons reisverslag wel kunnen laten zien wat we hebben gemist!

Copyright © www.ontdek-amerika.nlWe hadden nu zomaar ineens wat tijd over. En op ons ‘dit kunnen we gaan doen als we tijd over hebben’-lijstje stond – met stip – de prachtige Little Wild Horse Canyon. Die hadden we in 2006 al eens bezocht, en we wilden dat bezoek allebei heel graag nog eens overdoen. Terwijl we van Crack Canyon naar Little Wild Horse reden heb zijn we nog even gestopt bij een grote picknickplaats die we langs de route tegenkwamen. Er stond een informatiebord, waarop we een foto zagen van de erg mooie South Temple Wash Pictograph. Helaas stond er niet bij waar die te vinden zou zijn, jammer want we zouden echt heel graag een foto van deze rotstekening aan onze verzameling toe willen voegen. Maar ja, zonder routebeschrijving vind je ‘m natuurlijk nooit. Of toch wel…… Hans kijkt zelfs tijdens het autorijden intensief naar de omgeving en zomaar ineens stuurde hij de auto abrupt van de weg af, een kleine zandvlakte op. Want daar zat ie, op de rotswand naast het zand, …. de South Temple Wash Pictograph. Super leuk!!

Even later stonden we bij de trailhead van Little Wild Horse Canyon. Wat was het daar druk zeg…. de parkeerplaats stond helemaal vol, het is wel duidelijk dat deze bestemming tijdens de laatste jaren flink aan populariteit heeft gewonnen. Gelukkig konden we de auto wel kwijt op de overflow-parking. Tijdens de hike merkten we trouwens niet veel van de drukte, we kwamen zo en nu wel andere mensen tegen maar minder dan we – op grond van het aantal auto’s – hadden verwacht. Net zoals zes jaar geleden genoten we weer volop van de wandeling door de canyon, we waren blij dat we hiervoor gekozen hadden.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlOntaarde ouders zijn we, Hans en ik. Want welke liefhebbende pappie en mammie vertrekken er nu nét een paar dagen voordat hun allerliefste dochter jarig is naar het verre Amerika? Om het een klein beetje goed te maken hebben we onze satelliettelefoon tevoorschijn gehaald zodat we haar hier, vanaf de parkeerplaats bij Little Wild Horse Canyon, konden feliciteren. Eerst mocht Hans….. helaas klaagde Melanie dat de verbinding erg slecht was, ze kon hem maar nauwelijks verstaan. Daarna probeerde ik het en hé, ik kwam wel luid en duidelijk over! Tja, bleek dat het toch vooral aan Hans z’n keel lag, al dat hoesten en kuchen van de laatste dagen had zijn stem er niet duidelijker op gemaakt!

We reden terug naar Interstate 70, dicht bij die snelweg liggen twee interessante pictograph panels. Als eerste gingen we op zoek naar de Black Dragon Wash. Het begin van de route was heel makkelijk te vinden, alleen bleek al snel dat er meerdere paden lagen en we wisten niet welke we moesten hebben. Maar hulp was nabij, we zagen twee stoere quads met daarbij twee wat minder stoer uitziende Senior Citizens, we hebben aan hen gevraagd of ze wisten hoe we bij de Black Dragon Pictograph Panel konden komen. De vrouw keek heel zorgelijk, ze wist waar we moesten zijn maar ze vroeg zich af of onze auto wel geschikt zou zijn voor deze route. Ze was zelf vandaag in die omgeving nog onderuit gegaan met haar quad, het was behoorlijk ruig daar. Het echtpaar vond het helemaal geweldig dat wij vanuit het verre Nederland helemaal naar hier waren gekomen om mooie plekjes in Utah te bekijken; ze probeerden ons de Black Dragon Pictograph uit het hoofd te praten (want die zou helemaal niet zo mooi zijn) en bedolven ons met groot enthousiasme onder allerlei goed bedoelde tips. We kregen niet echt de kans om te zeggen dat we de meeste van die plekken al kenden, we hebben eerlijk gezegd een beetje ‘dank je wel voor al deze mooie tips’-toneel gespeeld omdat we hen niet teleur wilden stellen.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlWe zijn, heel eigenwijs, toch zelf maar eens gaan bekijken of de weg naar de Black Dragon Wash echt wel zo slecht was. En of de Pictograph Panel inderdaad niet de moeite waard zou zijn. Wat de weg betreft: we konden gewoon zoals verwacht behoorlijk ver doorrijden. Toen werd de weg abrupt erg veel slechter, en moesten we dus te voet verder. De Black Dragon Wash is een mooie, brede, bochtige canyon. En na zo’n 10 minuten lopen ongeveer zagen we de pictographs al verschijnen. Black Dragon is – de naam zegt ’t al – een soort van draak die daar op de rotswand is geschilderd. Alleen is ie niet zwart, maar donkerrood. Ze hadden hem dus beter Red Dragon kunnen noemen. De rotstekening was wel vervaagd en daardoor net wat minder indrukwekkend dan dat ie misschien wel ooit is geweest. Het schijnt dat de witte rand rondom de vleugel niet origineel is, die is er later (helaas) door iemand bijgetekend om het figuur wat duidelijker te maken. Maar toch, deze vakantie stond in het teken van de pictographs en dus mocht Black Dragon zeker niet ontbreken! Behalve de draak vonden we ook nog een hond, diverse mensachtige figuren en allerlei kleine tekens. Genoeg te zien dus, daar. 

Copyright © www.ontdek-amerika.nlDe Head of Sinbad Pictograph Panel ligt hemelsbreed niet zo heel ver van Black Dragon vandaan. Maar je wilt niet weten hoe ver je er voor moet rijden om er te komen, de route kringelt via een enorme omweg door het achterland heen. Een moment tijdens de lange rit is ons heel speciaal bijgebleven. Ergens rechts van ons in het veld zagen we een pronghorn (een soort antilope) met grote snelheid op ons afrennen, het beest vloog over de weg heen en racete links van ons weg….. Allebei zochten we naar de coyote die – zo dachten we – er achteraan zou komen. Maar nee hoor, het was alleen die pronghorn, hij werd niet achterna gezeten. Even later reden we via een heel smal tunneltje onder Interstate 70 door, daarna moesten we nog een heel zanderig stukje overwinnen voordat we dan toch eindelijk ons doel bereikten. Head of Sinbad is wat ons betreft zeker een aanrader voor liefhebbers van rotstekeningen, de afbeelding is nergens vervaagd, bekrast of anderszins beschadigd. Echt een prachtig exemplaar, dus, met ook nog eens fotogeniek boompje ervoor om het plaatje compleet te maken. Volgens onze informatie zouden zowel links als rechts van de belangrijkste pictograph nog meer tekeningen staan; de tekeningen links waren zonder enige moeite te vinden maar rechts…. we hebben de hele rotswand van boven tot onder afgespeurd maar nee hoor, geen pictograph meer te zien! Als uitsmijter zijn we nog wel even naar Dutchman Arch gereden, een kleine natuurlijke rotsboog die, ja hoor!, vernoemd is naar een Nederlander.

Eigenlijk zou het nu een mooie tijd zijn geweest om eens een motel op te gaan zoeken. Maar nee, wij kozen ervoor om zelfs na deze lange dag ook nog eens een flink stuk afstand te gaan overbruggen. Rond 7 uur ’s avonds kwamen we aan in het kleine plaatsje Wellington, waar we een eenvoudig motel en een al even eenvoudig restaurant vonden. De belangrijkste menu-keuze bestond uit ‘een burger’ of een ‘double burger’, wij zijn wijselijk voor de kleine versie gegaan. Terug op onze motelkamer hadden we nog één belangrijke taak te verrichten:  we vreesden dat het tijdens Memorial Day Weekend wel eens lastig zou kunnen worden om overnachtingsplekken te vinden, dus – geheel tegen onze gewoonte in – zijn we op zoek gegaan naar mogelijkheden op alvast online reserveringen te maken. En dat bleek inderdaad niet mee te vallen, pas na lang zoeken vonden we voor vrijdagavond nog 1 kamer in Kanab, en voor zaterdag nog 1 in Panguitch. Dat was niet helemaal wat we in gedachten hadden, maar vooruit, het gaf toch wel wat rust om te weten dat de slaapplaatsen voor beide avonden verzekerd waren.
 
Copyright © www.ontdek-amerika.nl
Dutchman Arch
 
Dag 6 : donderdag 24 mei : wellington - nine mile canyon - rochester panel - marysvale

Gereden : 285 mijl

Copyright © www.ontdek-amerika.nlVorig jaar hebben we de Montezuma Creek Trail gereden, een route via een lange, onverharde weg met daaraan allerlei kleine bezienswaardigheden. Pictographs, rotswoningen en dat soort dingen. Het was geen spectaculaire rit, maar niet alles kan een hoogtepunt zijn en we vinden het juist heel leuk om er ook zo’n relaxed dagje tussen te hebben. Wij verwachtten dat de rit door de bijna 50 mijl (!) lange Nine Mile Canyon net zoiets zou zijn. Boy, were we wrong!!

In het begin ging alles nog goed. Een beetje saai (want tijdens de eerste 20 mijlen is er nog niet veel te zien), maar dat wisten we vooraf dus dat was geen probleem. Zoals verwacht was het heel rustig onderweg, en we hadden volop zin in de petroglyphs die nu toch snel te vinden zouden moeten zijn. Maar ineens, abrupt, was het afgelopen met de rust. Want voor ons zagen we plotseling bulldozers, graafmachines en zware vrachtwagens op de weg. Zelfs het ‘mannetje-met-stopbord’ ontbrak niet.
We vermoedden dat een wash out de oorzaak van al deze bedrijvigheid was geweest, ze waren nu blijkbaar bezig om de schade aan de weg te repareren. Na een kort oponthoud mochten we tussen het werkverkeer door manoeuvreren, en konden we verder met onze petroglyph-zoektocht.

Al snel stuitten we op nieuwe werkzaamheden, echt lekker schoot het niet op zo. Maar toen we ook die voorbij waren leek het leed geleden te zijn, we konden een heel stuk doorrijden. En zo’n 26 mijl nadat we aan de route waren begonnen kwamen we dan toch eindelijk de eerste petroglyphs tegen. Er stonden vooral dieren en mensen afgebeeld, de meeste figuren waren vrij klein. Leuk, maar minder mooi dan de petroglyphs en pictographs die we tijdens deze reis al eerder hadden gezien. Het tweede petroglyph-panel bood meer van hetzelfde. We kregen er hier wel een grappige balanced rock bij cadeau, die rots zou op tekenfilmfiguur Porky Pig lijken en wordt daarom Pig Rock genoemd.

Copyright © www.ontdek-amerika.nlVoorbij het tweede petroglyph-panel ging het opnieuw mis. Want we kwamen weer wegwerkzaamheden tegen, een daarna weer…. en ook daarna hield het niet op. Blijkbaar wordt de hele route geasfalteerd, op sommige plekken lag er al gloednieuw asfalt in plaats van gravel. Onze routebeschrijving werd er flink door in de war gegooid, want aanwijzingen zoals “het volgende panel ligt net voorbij een cattle guard” bleken niet meer te kloppen. Een van mooiste serie petroglyphs stond op een rotswand die direct aan de weg grensde, precies in een onoverzichtelijke bocht. En nee, het is niet leuk om petroglyphs te fotograferen en tegelijkertijd links en rechts te moeten kijken of er niet wéér een grote asfaltauto voorbij komt denderen…… Onze stemming daalde naar het nulpunt, als we dit van te voren hadden geweten zouden we Nine Mile Canyon echt links hebben laten liggen. Maar ja, we waren nu al zo ver, omdraaien had geen zin. We konden beter het laatste stuk ook nog doen en dan aan de noordzijde, nabij de plaats Myton, de canyon weer verlaten.
 
Het bekendste petroglyph panel van Nine Mile Canyon ligt helemaal achterin de route, in een zijcanyon. De naam van dit panel is The Great Hunt, en het is waarschijnlijk gemaakt ergens in de 11e of 12e eeuw. Onder normale omstandigheden zouden we zeker van dit stukje rock art hebben genoten, maar – om maar eens een modewoord van stal te halen – het momentum ontbrak. Het zat er gewoon niet in voor ons, deze dag. En tot overmaat van ramp ontdekte ik nu ook nog eens dat ik me niet goed had ingelezen voordat we aan deze rit waren begonnen. Ik dacht dat we vanaf deze plek, helemaal aan het eind van de route, door zouden kunnen steken naar de noordelijk gelegen stad Myton. Maar dat was dus niet zo, om Myton te kunnen bereiken moesten we eerst heel ver terugrijden, tot halverwege Nine Mile Canyon ongeveer, waar we dan via een zijcanyon weer naar het noorden zouden kunnen rijden. De beste keuze bleek uiteindelijk: via dezelfde weg waarover we waren gekomen terugrijden naar Wellington! En daar waren wij, zacht gezegd, helemaal niet blij mee…..

Het was ongeveer 2 uur ’s middags toen we de bewoonde wereld weer bereikten. Bij gebrek aan betere ideeën besloten we maar een stuk afstand te gaan overbruggen, zodat we morgen wat minder ver zouden hoeven te rijden. Tijdens onze rit kwamen we in de buurt van een petroglyph panel dat als reserve in mijn roadbook stond genoteerd, het Rochester Rock Art Panel. We hadden nu zowat de hele dag in de auto gezeten, dus het idee van een korte hike stond ons wel aan. En aldus promoveerde de Rochester Rock Art Panel van reserve naar dit-gaan-we-doen. Vanaf de parkeerplaats was het een kwartiertje lopen ongeveer tot aan de plek waar de rotstekeningen stonden. Het was een erg druk rock art panel, met ontzettend veel details. Fijn dat we ons nu wél echt in de ongerepte rotsnatuur bevonden. En erg leuk om al die verschillende figuren te bekijken, zoals de krokodil en de dirigent. Dit maakte onze dag toch weer een beetje goed.

 
Copyright © www.ontdek-amerika.nl
The Rochester Rock Art Panel (San Rafael Swell, Utah)
 
Na deze korte hike zijn we opnieuw in de auto gestapt voor de laatste rit van deze dag, we zijn nog zo’n anderhalf uur doorgereden tot aan het plaatsje Marysvale. Vooral het laatste stuk van de route was erg mooi, dit noordelijke stukje van State Route 89 loopt langs een rivier, en onderweg zagen we op diverse plaatsen prachtige pinnacles staan. Langs de hele route was een fietspad aangelegd, zoiets zien we niet vaak in Amerika. Hier zou ik best wel een stukje willen fietsen hoor! Het was al best laat toen we in Marysvale arriveerden, en tot onze grote schrik was één van de twee motels die we zagen helemaal leeg en verlaten, terwijl bij het andere een bordje met No Vacancy stond. De enige keuze leek nu nog een Bed and Breakfast te zijn, en zo van de buitenzijde af gezien leek die erg duur te zijn. We zijn toch maar eens gaan informeren en wat bleek…. de prijs viel reuze mee. Voor $ 92,65 hebben we overnacht in een prachtige cabin van Moores Old Pine Inn, compleet met tv en internet. Ik heb er heerlijk buiten op de veranda zitten lezen, dit was echt genieten hoor. ’t Was haast jammer dat we hier morgenvroeg alweer weg moesten, hier had ik best nog langer willen blijven!
 

 
Week 1 Week 2 Week 3 Foto's Gastenboek All pictures and text © copyright hanz & henriëtte meulenbroeks
 
Links Contact Disclaimer